Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/16.2.2
16.2.2 De “toezichthoudende autoriteit” als bedoeld in art. 4 lid 1 Overnamerichtlijn
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS367638:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. overweging 5: “Elke lidstaat dient één of meer autoriteiten aan te wijzen die belast zijn met het toezicht op de onder deze richtlijn vallende aspecten van het bod en die ervoor zorgen dat de partijen bij openbare overnamebiedingen de overeenkomstig deze richtlijn vastgestelde voorschriften naleven. Al deze autoriteiten moeten onderling samenwerken.”
Zie nader Grundmann-van de Krol 2012-1, p. 482-483.
Dit staat overigens nergens met zoveel woorden, maar blijkt uit de parlementaire geschiedenis. Zie bijvoorbeeld Kamerstukken I, 2006/07, 30 419, C, p. 3: “Het besluit moet ter kennis worden gebracht van de Autoriteit Financiële Markten […]”.
De OK kan niet worden aangemerkt als toezichthoudende autoriteit in het kader van de biedplicht zelf, zie nader § 16.2.3.3 sub I.
Kamerstukken I, 2006/07, 30 419, B, p. 4.
Tali/Everts 2007, p. 453.
Kamerstukken I, 2006/07, 30 419, C, p. 5-6.
De lidstaten dienen een of meer autoriteiten aan te wijzen voor het toezicht op een bod dat onder de krachtens de richtlijn vastgestelde of ingevoerde voorschriften valt (art. 4 lid 1 Overnamerichtlijn).1 Aan de Europese Commissie dient te worden medegedeeld wie de toezichthoudende autoriteit is. De rechtsvorm of aard van de toezichthouder (publiek/privaat) is niet van belang. Wel stelt de richtlijn eisen op het gebied van taken en bevoegdheden van de toezichthoudende autoriteit (§ 16.2.4.4).2 Zo dienen de toezichthoudende autoriteiten over alle bevoegdheden te beschikken die nodig zijn voor de uitoefening van hun taken, waartoe met name behoort de taak er zorg voor te dragen dat de partijen bij het bod de ter uitvoering van de richtlijn vastgestelde voorschriften naleven (art. 4 lid 4 Overnamerichtlijn).
In Nederland zijn twee toezichthoudende autoriteiten actief met betrekking tot verplichte biedingen. De AFM is aangewezen als de toezichthoudende autoriteit, doch enkel voorzover het gaat om het toezicht op de procedure van het bod (incl. toetsing biedingsbericht, persberichten, termijnen etc.), ongeacht of dit een vrijwillig dan wel een verplicht bod is.3 De OK is aangewezen als toezichthoudende autoriteit voor wat betreft de billijke prijs-regels van art. 5:80a Wft.4 In de parlementaire geschiedenis5 en de literatuur6 is betwijfeld of de keuze voor twee toezichthouders wel richtlijnconform is. Volgens de Minister kan uit art. 4 lid 1 Overnamerichtlijn in samenhang met overweging 5 van de considerans worden afgeleid dat meer dan één autoriteit kan worden aangewezen, dat deze autoriteiten overheidsinstanties kunnen zijn en dat tussen deze autoriteiten een taakverdeling kan bestaan.7 Dat is op zichzelf juist; de richtlijn biedt voldoende ruimte voor een taakverdeling. Maar, daarmee is niet gezegd dat de gekozen taakverdeling niet op andere gronden onjuist is (§ 16.2.3 en 16.2.4).