NJF 2025/282
Curaçaose zaak. Matiging van boete (vervolg op cassatie).
GHvJ 25-03-2025, ECLI:NL:OGHACMB:2025:85
- Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Datum
25 maart 2025
- Magistraten
Mrs. C.G. ter Veer, C.J.H.G. Bronzwaer, E.W.A. Vonk
- Zaaknummer
CUR2017H00145
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:OGHACMB:2025:85, Uitspraak, Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 25‑03‑2025
ECLI:NL:OGHACMB:2021:344, Uitspraak, Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 21‑09‑2021
- Wetingang
Essentie
Curaçaose zaak. Matiging van boete (vervolg op cassatie).
Redactie: Vervolg op HR 2 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:846, RvdW 2023/618.
Samenvatting
Deze zaak betreft een langlopend geschil over de vraag of een investeerder een beding in de tussen partijen gesloten overeenkomst heeft overtreden op grond waarvan hij een contractuele boete is verschuldigd. De zaak is tot twee keer toe door dit hof beoordeeld en aan de Hoge Raad voorgelegd. Na het laatste arrest van de Hoge Raad van 2 juni 2023 (ECLI:NL:HR:2023:846) staat vast dat het beding is overtreden en dat op grond daarvan de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.