E-arbitrage
Einde inhoudsopgave
E-arbitrage (BPP nr. VI) 2009/1.6:1.6 Nederlandse wetgeving
E-arbitrage (BPP nr. VI) 2009/1.6
1.6 Nederlandse wetgeving
Documentgegevens:
Mr. J.P. Fokker, datum 04-05-2009
- Datum
04-05-2009
- Auteur
Mr. J.P. Fokker
- JCDI
JCDI:ADS399124:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Arbitrage is geregeld in art. 1020 tot en met 1076 Rv. In de Nederlandse wetgeving is het onderscheid tussen nationale en internationale arbitrage nauwelijks van belang. Nederland kent namelijk geen aparte wet voor internationale arbitrage, anders dan bijvoorbeeld Frankrijk en Zwitserland.
Arbitrage in Nederland (geregeld in Boek IV Rv, titel 1) beslaat art. 1020 tot en met 1073. Arbitrage in het buitenland (titel 2) is geregeld in de drie daarop volgende artikelen 1074 tot en met 1076. Daarvan betreft art. 1074 de gevolgen van een beroep bij de rechter in Nederland op een overeenkomst tot arbitrage waaruit voortvloeit dat arbitrage buiten Nederland moet plaatsvinden; die rechter moet zich onbevoegd verklaren (behalve als de overeenkomst ongeldig is onder het op die overeenkomst toepasselijke recht). Art. 1075 en 1076 gaan over de erkenning en tenuitvoerlegging van een buitenlands arbitraal vonnis in Nederland.
Art. 1075 Rv betreft de tenuitvoerlegging van een buitenlands arbitraal vonnis waarop een erkennings- en tenuitvoerleggingsverdrag van toepassing is. Belangrijkste voorbeeld: het al eerder genoemde arbitrageverdrag uit 1958, voluit de Convention on the Recognition and Enforcement of Foreign Arbitral Awards, New York, 10 juni 1958. Dit verdrag, dat intussen door ruim 140 landen is aanvaard, is in Nederland goedgekeurd bij Rijkswet van 14 oktober 1963, Stb. 417. In de wandeling wordt het genoemd: het Verdrag van New York. Het regelt de erkenning en tenuitvoerlegging van arbitrale overeenkomsten en buitenlandse arbitrale vonnissen.
Het zal hierna verschillende malen aan de orde komen.
Art. 1076 Rv betreft een in het buitenland gewezen vonnis waarop geen verdrag van toepassing is. Ook dan kan een in een vreemde Staat gewezen arbitraal vonnis in Nederland worden erkend en worden ten uitvoer gelegd, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan.
De hoofdmoot, art. 1020-1073, is van toepassing als de plaats van arbitrage is gelegen in Nederland. Het doet er daarbij niet toe of partijen of één van hen van buitenlandse afkomst is. De 'plaats van arbitrage', die door partijen zelf wordt bepaald en bij gebreke daarvan door het scheidsgerecht, is van belang voor het toepasselijk recht: art. 1020-1073 Rv zijn ingevolge dat laatste artikel van toepassing indien de plaats van arbitrage in Nederland, waar dan ook, gelegen is.
Wat betreft het onderwerp 'Arbitrage in de informatiemaatschappij' kan in deze inleiding worden volstaan met de opmerking dat de Nederlandse wetgeving in zoverre 'bij' is, dat art. 1021 Rv bepaalt dat de overeenkomst tot arbitrage onder andere kan worden bewezen door elektronische gegevens en dat art. 6:227a, lid 1, BW (inzake het tot stand komen van overeenkomsten langs elektronische weg) van overeenkomstige toepassing is.