Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/1.9.1:1.9.1 Motief en doel
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/1.9.1
1.9.1 Motief en doel
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS489435:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Mijn besluit om de nemo tenetur-problematiek in punitieve belastingzaken uit te werken, steunt vooral op drie overwegingen. Over de verhouding tussen het recht tegen gedwongen zelfbelasting en de meewerkverplichtingen in de (fiscale) heffings- en boetesfeer is weliswaar al veel geschreven, maar veel publicaties geven tot op heden een vrij algemeen of juist fragmentarisch beeld daarvan. Een meeromvattende uitwerking die de vaak uiteenlopende opvattingen aan elkaar knoopt, is niet of nauwelijks voorhanden. Dit laatste geldt ook voor een uitgebreide(re) analyse van de Straatsburgse nemo tenetur-rechtspraak, terwijl die toch het juridische speelveld vormt waarbinnen de Nederlandse wetgever, uitvoerder en rechter het nemo tenetur-beginsel moeten waarborgen in onder meer punitieve belastingzaken. Ten slotte is de Straatsburgse nemo tenetur-rechtspraak nog volop in ontwikkeling. Terwijl van de wetgever, rechter en uitvoerder wordt verlangd daaraan adequaat handen en voeten te geven, zijn tal van vragen nog onbeantwoord. Deze studie is uiteindelijk een poging om – voor het moment – met het oog op punitieve belastingzaken meer grip te krijgen op de Straatsburgse nemo tenetur-problematiek. Dit sluit in zich dat ik ook probeer de dynamiek in de ontwikkeling ervan op te sporen en zo een voorschot neem op de toekomstige betekenis van nemo tenetur voor belastingzaken.