RF 2015/38
Effectenbemiddeling. Is de bank schadeplichtig door het liquideren van de effectenportefeuille van haar cliënt? (Eiser/TGB cs.)
Rb. Amsterdam 19-11-2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:8410
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
19 november 2014
- Magistraten
Mrs. L.S. Frakes, A.W.H. Vink, G.W.K. van der Valk Bouman
- Zaaknummer
416539 - HA ZA 09-69
- LJN
BT2581
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS920100:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBAMS:2014:8410, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 19‑11‑2014
ECLI:NL:RBAMS:2011:BT2581, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 31‑08‑2011
- Wetingang
Art. 6:74 lid 1, 6:98, 6:101, 6:162 lid 1 BW
Essentie
Effectenbemiddeling. Causaal verband.
Is de bank schadeplichtig door het liquideren van de effectenportefeuille van haar cliënt?
Samenvatting
In 2003 sluit een zeer vermogende particulier uit India met (een rechtsvoorgangster van) Theodoor Gilissen N.V. (‘TGB’) een effectenbemiddelingsovereenkomst en een warehousing-overeenkomst. Op basis van deze overeenkomsten verricht TGB voor rekening en risico van de cliënt effectentransacties en verstrekt TGB aan hem beleggingsadvies. De cliënt hield daartoe een effectenrekening aan bij TGB. De transacties betroffen niet alleen aandelen, maar ook derivaten als opties en futures, waarvoor TGB vooraf bepaalde margin (zekerheid voor toekomstige verliezen op deze derivaten) in rekening bracht aan de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.