BNB 2020/61
Netwerkvrijstelling overdrachtsbelasting. Verkrijging van zendmasten zonder voor transmissie van telecommunicatie bestemde onderdelen van een net
HR 14-02-2020, ECLI:NL:HR:2020:170, m.nt. J.P. Boer
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 februari 2020
- Magistraten
Mrs. De Groot, Fierstra, Wortel, Beukers-van Dooren, Cools1.
- Zaaknummer
19/01556
19/01555
19/01562
- Conclusie
A-G Wattel
- Noot
J.P. Boer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS196334:1
- Vakgebied(en)
Belastingen van rechtsverkeer / Overdrachtsbelasting
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 14‑02‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 14‑02‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 14‑02‑2020
ECLI:NL:HR:2020:170, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑02‑2020
ECLI:NL:HR:2020:171, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑02‑2020
ECLI:NL:HR:2020:172, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑02‑2020
ECLI:NL:PHR:2019:800, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 06‑08‑2019
- Wetingang
Art. 15 lid 1 onderdeel y Wet BRV
Essentie
Netwerkvrijstelling overdrachtsbelasting. Verkrijging van zendmasten zonder voor transmissie van telecommunicatie bestemde onderdelen van een net
Samenvatting
Belanghebbende heeft in 2010 de juridische eigendom van 170 vrijstaande zendmasten verkregen. Deze worden onder meer gebruikt ten behoeve van het telecommunicatienetwerk van de vervreemder. Belanghebbende is niet gerechtigd tot aan de zendmasten gekoppelde voorwerpen voor telecommunicatie. Voor het Hof was in geschil of de verkrijging is vrijgesteld van overdrachtsbelasting op grond van de netwerkvrijstelling. Het Hof heeft die vraag ontkennend beantwoord op de grond dat belanghebbende niet een net heeft verkregen als bedoeld in de vrijstelling.
HR: De tekst en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.