Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/2.4.1.2:2.4.1.2 Het beginsel van algemene heffing
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/2.4.1.2
2.4.1.2 Het beginsel van algemene heffing
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291584:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Volgens art. 1 lid 2 Btw-richtlijn berust de Europese btw op het beginsel dat op goederen en diensten een algemene verbruiksbelasting wordt geheven die strikt evenredig is aan de prijs van de goederen en diensten. Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat de Europese btw in beginsel alle leveringen van goederen en diensten in de heffing wil betrekken (het object van heffing). De Europese btw onderscheidt zich daarmee van bijzondere verbruiksbelastingen, zoals accijnzen, die slechts bepaalde leveringen van goederen of diensten in de heffing willen betrekken. Van Doesum wijst erop dat de indirecte wijze van heffen van de btw met zich brengt dat het beginsel van algemene heffing ook betekenis heeft op subjectniveau: het zoveel mogelijk leveringen van goederen en diensten in de heffing betrekken vereist een zo ruim mogelijk begrip ‘belastingplichtige’.1 Uit het algemene karakter van de Europese btw op zowel object- als subjectniveau vloeit het objectieve karakter voort. Niet de persoon van de belastingplichtige of het doel van zijn activiteit of handeling, maar de aard van de activiteit of handeling staat voorop.2
Van een inbreuk op het beginsel van algemene heffing is in het kader van dit onderzoek slechts sprake indien een vastgoedtransactie door een als zodanig handelende belastingplichtige niet belastbaar is. Omdat vastgoedtransacties door een als zodanig handelende belastingplichtige in beginsel wel belastbaar zijn, vormt de inbreuk op het beginsel van algemene heffing die in dit onderzoek naar voren komt een specifieke uitzonderingssituatie. Dit betreft het niet aanmerken van een vastgoedtransactie als een levering indien deze transactie een overgang van een (gedeelte van een) algemeenheid van goederen is waarop in paragraaf 4.7 wordt ingegaan. Dat in deze situatie sprake is van een inbreuk op het beginsel van algemene heffing laat onverlet dat hiervoor een rechtvaardiging kan bestaan. In paragraaf 4.7 zal daarom getoetst worden of de inbreuk op het beginsel van algemene heffing op grond van de andere wezenlijke kenmerken van de btw en/of de doelmatigheid gerechtvaardigd is.