Heffingsmethoden, een valse dichotomie?
Einde inhoudsopgave
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/7.1:7.1 Inleiding
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/7.1
7.1 Inleiding
Documentgegevens:
Dr. H.M. Roose, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
Dr. H.M. Roose
- JCDI
JCDI:ADS446025:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De aanleiding voor het schrijven van dit proefschrift vormt de al decennialange opvatting van de Nederlandse inspecteursvereniging dat de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting zouden moeten worden omgezet van aanslagbelastingen naar aangiftebelastingen. Om haar opvatting kracht bij te zetten, wijst de inspecteursvereniging naar andere landen waar omzettingen hebben plaatsgevonden naar ‘self-assessment’. Dat de omzettingsvraag al zo lang in Nederlandse speelt, is op het eerste gezicht vreemd. Er hoeft immers ‘slechts’ een keuze te worden gemaakt tussen twee opties (een aanslag- dan wel een aangiftebelasting). Toch lukt het niet om vanuit de bestaande fiscale literatuur antwoord te geven op de vraag hoe tussen deze twee methoden een keuze te maken. Naar de heffingsmethoden, die bepalend zijn voor de manier waarop een belasting wordt geheven, is binnen de Nederlandse belastingwetenschap tot nu toe namelijk nauwelijks onderzoek gedaan. Daardoor is onduidelijk welke bedoeling de fiscale wetgever heeft gehad met het onderscheid tussen de thans bestaande heffingsmethoden. Dat geldt ook voor de vraag waarom destijds bij de invoering van de inkomsten- en vennootschapsbelasting is gekozen voor een aanslagbelasting en niet voor een aangiftebelasting. Deze leemte vormt een belangrijke aanleiding voor het schijven van dit proefschrift. Vanwege het ontbreken van eerdere onderzoeken, heb ik in de eerste plaats een aantal deelonderzoeken uitgevoerd om de bestaande situatie in kaart te kunnen brengen (welke heffingsmethoden zijn er zowel in Nederland als internationaal en waarin verschillen ze van elkaar?). Deze antwoorden zijn nodig om uiteindelijk vast te kunnen stellen welke factoren van invloed moeten zijn op keuzes aangaande de heffingsmethoden. Alle hoofdstukken, behalve hoofdstuk 1, bevatten daartoe analyses en conclusies. Of in Nederland bij de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting een omzetting van een aanslagbelasting naar een aangiftebelasting zou moeten plaatsvinden, is uiteindelijk van beleidspolitieke vraag. De onderzoeksresultaten maken het echter wel mogelijk om de daarbij gebruikte argumenten voor en tegen op een systematische wijze in kaart te brengen en aan de hand daarvan aanbevelingen te doen.
In dit slothoofdstuk blik ik in paragraaf 7.2 eerst kort terug op de probleemstelling en de daaruit voortvloeiende onderzoeksvragen. In paragraaf 7.3 zet ik vervolgens kort uiteen op welke wijze ik het onderzoek heb uitgevoerd. In paragraaf 7.4 presenteer ik de belangrijkste uitkomsten. In paragraaf 7.5 kom ik tot de eindconclusie en doe ik een aantal aanbevelingen ter ondersteuning van toekomstige keuzes op het vlak van de heffingsmethoden. In paragraaf 7.6 zet ik uiteen voor welke onderwerpen het in mijn ogen wenselijk is daar vervolgonderzoek naar te uit te voeren.