Wie heeft de leiding?
Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/2.4:2.4 Samenvatting
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/2.4
2.4 Samenvatting
Documentgegevens:
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS287419:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wat onroerende zaken zijn volgt uit artikel 3:3 BW. In het Portacabin-arrest heeft de Hoge Raad het criterium 'duurzaam met de grond verenigd' nader uitgelegd (is bouwwerk naar aard en inrichting bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven?). Ondanks de heersende leer en de aanknopingspunten in de jurisprudentie, bestond vóór de kabelarresten discussie over de vraag of netten als roerende of als onroerende zaken moesten worden beschouwd. In de literatuur werden verschillende juridische aanknopingspunten genoemd om kabelnetten als roerende zaken te beschouwen1 maar er waren evenwel genoeg schrijvers die meenden dat netten juist als onroerende zaken moesten worden aangemerkt2 In de praktijk werden netten meestal als roerende zaken behandeld en daarom vond overdracht van een net volgens de regels voor overdracht van roerende zaken plaats en werden als zekerheid pandrechten gevestigd. Over de eigendom van netten bestond ook de nodige discussie. In de literatuur werd verwoord dat het toepassen van de hoofdregel van de verticale natrekking (net is bestanddeel van de grond) voor netten niet gewenst was. De eigendom van een net werd immers zo opgedeeld tussen heel veel grondeigenaren die nagenoeg geen belang hadden bij de eigendom van het gedeelte van het net in hun grond. Op de verticale natrekking bestonden voor netten drie uitzonderingen. De eerste was dat voor netten een opstalrecht moest worden gevestigd zodat de eigendom van het net gescheiden werd van de grondeigendom. De tweede, meer omstreden, uitzondering was dat op basis van de horizontale natrekking de eigendom van een net toekwam aan de eigenaar van de hoofdzaak of hoofdzaken (schakelkasten, transformatorhuisjes, moedererven etc.) waar het net horizontaal door werd nagetrokken. Discussie bestond of de eigendom van netten over een lange(re) afstand ook nog op basis van horizontale natrekking kon worden geconstrueerd. De derde en laatste uitzondering betrof een bijzondere wettelijke bepaling in de Tw (artikel 5.6 oud). Op basis van deze wettelijke bepaling bleef de aanlegger van een openbaar telecomnet eigenaar van de leidingen die in de grond werden aangelegd.