Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/8.2.0:8.2.0 Introductie
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/8.2.0
8.2.0 Introductie
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS302241:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EU 14 december 1995, C-430-431/93, Jur. 1995, p. I-4705 (Van Schijndel), pt. 20-21; HvJ EU 7 juni 2007, C-222-225/05, Jur. 2007, p. I-4233 (Van der Weerd), pt. 40.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
269
Vanwege de contextgebondenheid van de openbare orde is niet in zijn algemeenheid aan te geven welk deel van het EU-recht van openbare orde is. Het dient vooral bepalingen te betreffen die van voldoende belang zijn om als van openbare orde te worden aangemerkt. Of een bepaling ook directe werking moet hebben om van openbare orde te worden aangemerkt is de vraag. Immers, als de directe werking een vereiste is, dan zou een EU-richtlijn(bepaling) nimmer van openbare orde kunnen zijn.
De vraag naar de openbare orde van bepalingen van primair EU-recht is van belang. Het HvJ EU lijkt artikel 24 Rv niet onmiddellijk als een belemmering voor het bestaan van een voldoende effectief rechtsmiddel te zien, zo blijkt uit de arresten Van Schijndel en Van der Weerd.1 Kortom, artikel 24 Rv blijft in geval van bepalingen van primair EU-recht slechts buiten toepassing als deze bepalingen van openbare orde zijn of gelijk te stellen zijn met bepalingen van openbare orde die met zich brengen dat artikel 24 Rv buiten toepassing wordt gelaten. De rechtspraak van het HvJ EU heeft zich vooral geconcentreerd op de vraag of artikel 101 VWEU van openbare orde is.