Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/6.5.1.1
6.5.1.1 Opzet en verloop van de afhandeling van bouwschade
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480739:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Gemeenteblad 1996, afd. 3, nr. 729.
Zie bijvoorbeeld Gemeenteblad 2001, afd. 1, nr. 173; Gemeenteblad 2003, afd. 1, nr. 224; aangezien onteigening niet de focus van mijn onderzoek is, ga ik op deze schadevorm verder niet in.
Gemeenteblad 1996, afd. 3, nr. 729.
Gemeenteblad 1996, afd. 3, nr. 729.
Gemeenteblad 1996, afd. 3, nr. 729.
Gemeenteblad 2000, afd. 3, nr. 386.
Gemeenteblad 2000, afd. 3, nr. 386.
Enquêtecommissie Noord/Zuidlijn 2009, p. 51-52, 315.
Enquêtecommissie Noord/Zuidlijn 2009, p. 312-313.
Verslag 2ehalfjaar 2007 Schadebureau Noord/Zuidlijn 2008, p. 5-6.
Enquêtecommissie Noord/Zuidlijn 2009, p. 52-53, 315.
Verslag 2ehalfjaar 2007 Schadebureau Noord/Zuidlijn 2008, p. 5-6.
Enquêtecommissie Noord/Zuidlijn 2009, p. 52-53, 315.
Eindrapportage Positionering Schadebureau 2015, p. 9.
Enquêtecommissie Noord/Zuidlijn 2009, p. 222, 229.
Commissie Veerman 2009; Enquêtecommissie Noord/Zuidlijn 2009.
Gemeenteblad 2008, afd. 1, nr. 727.
Verslag 1ehalfjaar 2009 Schadebureau Noord/Zuidlijn 2009, p. 10.
Sevil, Het Parool 20 februari 2009.
Commissie Veerman 2009.
Commissie Veerman 2009, p. 26.
Verslag 1ehalfjaar 2009 Schadebureau Noord/Zuidlijn 2009, p. 12.
Verslag 2ehalfjaar 2009 Schadebureau Noord/Zuidlijn 2010, p. 16; ook aanbeveling in Gemeentelijke Ombudsman 3 december 2009, p. 4.
Wiebes 2010.
Wiebes 2010.
Kwartaalverslag nr. 64 over het eerste kwartaal 2010 2011, p. 5.
Eindrapportage Positionering Schadebureau 2015, p. 9.
Scheffrahn 2013; Van Velsen maart 2010; Wiebes 2010.
Van Velsen 2014, p. 1.
Grinwis, Hooyman & Van Kesteren 2015, p. 12.
Grinwis, Hooyman & Van Kesteren 2015, p. 13.
Grinwis, Hooyman & Van Kesteren 2015, p. 13.
Zoals alle partijen in het Nederlands recht was de gemeente Amsterdam verplicht om schade voortvloeiend uit een onrechtmatige daad te vergoeden dan wel herstellen (krachtens art. 6:162 BW). Bij een groot bouwproject zoals de Noord/Zuidlijn ging men ervanuit dat er – ondanks maatregelen om dit zo veel mogelijk te voorkomen – schade zou ontstaan aan gebouwen in de bouwomgeving. Bij de aanvaarding van het project in 1996 besloot de gemeenteraad daarom tot een schaderegeling. Hierin werd opgemerkt dat de bestaande wettelijke kaders voor het vergoeden van schade voortvloeiend uit een onrechtmatige daad, moesten worden toegepast.1 Ook zou het reguliere proces van onteigening worden gevolgd.2 Belangrijker was hoe men deze schade zou gaan vergoeden: om schadeclaims ‘efficiënt en rechtvaardig’3 af te handelen, richtte de gemeente een Schadebureau Noord/Zuidlijn op dat als loket zou functioneren. Alle schadeclaims, ook die rond onrechtmatige daad, konden bij dit bureau worden ingediend.4
Hiernaast verplichtte de schaderegeling een onderzoek naar de bouwkundige staat van de panden langs de aanlegroute van de Noord/Zuidlijn.5 Deze bouwkundige nulopname werd uitgevoerd door het Schadebureau.6 De bedoeling was om vast te leggen in welke staat panden verkeren, zodat bij schade kon worden vastgesteld of deze voor de aanleg van de Noord/Zuidlijn al bestond (het vaststellen van causaliteit). Dossiervorming ten behoeve van toekomstige schadeclaims was derhalve een van de doelen voor de nulopname.7
Voor het vergoeden van schade voortvloeiend uit een onrechtmatige daad sloot het Schadebureau aan bij de verplichtingen uit het Burgerlijk Wetboek. De gemeente had door marktomstandigheden besloten om deze schade niet te verzekeren, zoals gebruikelijk is, maar de risico’s zelf te dragen.8 Het voordeel hiervan was uniformiteit: aannemers van de verschillende deelprojecten verzekerden deze niet individueel, waardoor verschillende protocollen zouden zijn geïntroduceerd.9 De gemeente stelde een Schadereglement vast waarlangs zij bouwschadeclaims zou beoordelen.10 Het ‘zelf verzekeren’ bracht grote risico’s mee voor de gemeente, dus sloot zij in 2005 en 2007 alsnog verzekeringen af.11 Het Schadebureau vermeldt daarom dat er in 2007 vanwege de nieuwe verzekering een nieuw Handboek Bouwschade en een bijbehorend Schadeprotocol is opgesteld in plaats van het daarvoor functionerende Schadereglement, hoewel dit inhoudelijk en procedureel weinig wijzigingen voor aanvragers zou betekenen.12
De aansprakelijkheid voor de schade lag bij de gemeente, die het na 2005 respectievelijk 2007 kon verhalen op haar verzekering.13 De gemeente had echter een aanzienlijk eigen risico, waardoor de meeste schade door de gemeente is betaald en door het Schadebureau is afgehandeld (als verwacht werd dat de schade hoger was dan het eigen risico, droeg het Schadebureau het dossier over aan de verzekering).14
Aangezien de aanwezigheid van een private partij het proces van schadeafhandeling onder druk kan zetten, dient te worden opgemerkt dat in de casus aanleg van de Noord/Zuidlijn de private partijen – de bouwers – alleen aansprakelijk zouden zijn als zij aantoonbaar fouten hadden gemaakt bij de aanleg.15 De private partij zette in casu het dossier wel op scherp in die zin dat de kosten van de aanleg van de Noord/Zuidlijn onbeheersbaar bleken, mede door de contracten met de aannemers. Hierdoor kwamen de meerkosten voor rekening van de gemeente, wat ervoor zorgde dat het gemeentebestuur – en daardoor de ambtelijke organisatie – huiverig was om aan te geven hoeveel geld en tijd daadwerkelijk nodig zouden zijn om de lijn af te bouwen.16
Wijzigingen in de afhandeling na de verzakkingen
De verzakkingen op de Vijzelgracht ontstonden nadat de verzekeringen waren afgesloten; de schade kwam in de meeste gevallen boven het eigen risico van de gemeente.17 De verzakkingen hadden een effect op de afhandeling van bouwschade. Het Schadebureau rapporteerde in 2009 dat vanaf medio 2008 veel meer bouwschadeclaims binnenkwamen, en weet dit aan de toegenomen aandacht voor het project door de verzakkingen.18 De gemeente bood gedupeerden aan om de verzakte panden te kopen en enkele bewoners gingen in op dit aanbod.19 Bovendien concludeerde de Commissie Veerman dat de aanleg van de Noord/Zuidlijn inmiddels een dermate groot effect op de bouwomgeving had, dat de gemeente ruimhartiger om zou moeten gaan met schadeclaims.20 Het ging volgens de Commissie onder meer om het ‘verbeteren van de snelheid, welwillendheid en burgergerichtheid van de werkzaamheden van het Schadebureau ter zake van schadeopneming, schadeherstel en schadevergoeding’.21 Het Schadebureau gaf in diens halfjaarlijkse verslag in 2009 op dat het ‘onderzoekt … hoe het verdere invulling kan geven aan het advies van de Commissie Veerman ruimhartig met de schadevergoedingen om te gaan.’22 Tevens gaf het aan te werken aan nieuwe bouwkundige opnamen – de laatste dateerden immers uit 2000 – om bij te dragen aan dossiervorming en de informatievoorziening aan omwonenden.23
Circa 2010 was invulling gegeven aan de aanbevelingen van de Commissie Veerman. Gemelde bouwschade kon in natura worden verholpen, namelijk door een geselecteerde aannemer worden hersteld zonder dat er vooraf schade moest worden begroot.24 Ook installeerde men een ‘vliegende brigade’ ‘die 24/7 klaar stond om schades direct te laten herstellen. ‘Zodra een bewoner de brigade belt, wordt gekeken door de brigade wat de schade is, en direct de aannemer ingeschakeld die de schade herstelt.’25 Daarbij maakte het niet uit of het ‘nu om daadwerkelijke schade gaat of om ongerustheid’26 van burgers. Deze vliegende brigade voerde uiteindelijk circa 140 klussen uit.27 Ten slotte besloot men tot omkering van de bewijslast: in principe werd aangenomen dat gemelde schade het gevolg was van de aanleg van de Noord/Zuidlijn, tenzij het Schadebureau het tegendeel kon bewijzen (en ook daar ging men coulant mee om).28
Deze ruimhartigheid was niet tijdelijk, maar werd tot aan het einde van het project volgehouden. In 2014 werd door het Schadebureau aan wethouder Litjens gemeld dat bij het vergoeden van bouwschade, voortvloeiend uit wettelijke aansprakelijkheid, ‘de hierbij geldende spelregels, bijvoorbeeld ten aanzien van bewijs(recht), ruimhartig worden uitgelegd.’29
Er werden 929 aanvragen tot vergoeding van bouwschade ingediend bij het Schadebureau, waarvan 317 (34%) werden toegewezen.30 Dat relatief kleine aantal werd verklaard ‘uit het feit dat het Schadebureau bewoners gestimuleerd heeft aanvragen in te dienen en dat de kwaliteit van veel meldingen onvoldoende was om te honoreren.’31 Aangezien alleen eindcijfers bekend zijn, is niet duidelijk of het merendeel van de toekenningen na 2010 plaatsvond, of dat het aandeel toekenningen na dat jaar steeg in lijn met de coulante houding. In totaal bedroeg de toegekende bouwschade zo’n € 10 miljoen, waarvan € 3,6 miljoen door de gemeente is uitgekeerd vanwege schadebedragen onder het eigen risico, en de rest is verhaald op de verzekering.32