De geschillenregeling ten gronde
Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/VII.5.3.d:VII.5.3.d De casus Pilot Design
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/VII.5.3.d
VII.5.3.d De casus Pilot Design
Documentgegevens:
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS374908:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vrz. Rb. Breda 12 augustus 2009, JOR 2009/281 (Pilot Design).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Toevalligerwijs was de rechter die de vordering in kort geding in 1998 (in de casus Wighers/De Jong) voor de eerste maal toewees, meer recent ook genegen de uitstoting te bevelen.1
De grootaandeelhouder en tevens bestuurder Freber vorderde de uitstoting van de andere aandeelhouder Brandustry. De hoofdreden was dat een investeerder alleen de (noodzakelijke) gelden aan de vennootschap Pilot Design wilde lenen, indien Brandustry haar aandelenpakket aan Freber zou overdragen. Dit weigerde Brandustry echter, waarop Freber in kort geding om zijn uitstoting vroeg.
Niet alleen is de rechter is dezelfde, de zaak vertoont andere gelijkenissen met de casus Wighers/De Jong. Het ging ook hier om de redding van de vennootschap door een externe financier die eiste dat een aandeelhouder het veld moest ruimen. In casu was spoed geboden omdat binnen een paar weken een acute behoefte aan extra financiering zou ontstaan. De risico's voor insolventie lagen op de loer, vond de voorzieningenrechter.
De rechter woog de belangen af en gaf er de voorkeur aan het voortbestaan van de vennootschap veilig te stellen. Het belang van aandeelhouder Brandustry zag op het verkrijgen van een zo hoog mogelijke prijs van zijn aandelen. Maar, zo concludeerde de rechter, als zij volhardde in haar aandeelhouderschap, bleef financiering achterwege en stevende de vennootschap af op een faillissement. De belangenafweging viel hier dus logischerwijs uit in het voordeel van de vennootschap. Tot slot liet de rechter de uitgestoten aandeelhouder die haar aandelen binnen tien dagen over diende te dragen, niet geheel in de kou staan. De andere aandeelhouder behoorde zekerheid te stellen voor het geval de waarde van de aandelen niet nihil was.