Procesrecht in arbeidszaken
Einde inhoudsopgave
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/6.7.4:6.7.4 Enquête en gerechtelijke plaatsopneming (descente)
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/6.7.4
6.7.4 Enquête en gerechtelijke plaatsopneming (descente)
Documentgegevens:
Marcia Smorenburg en Steven Venhuizen, datum 30-04-2024
- Datum
30-04-2024
- Auteur
Marcia Smorenburg en Steven Venhuizen
- JCDI
JCDI:ADS981960:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie art. 16 lid 5 Rv en HR 30 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1711 en 1712.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als het hof getuigenbewijs opdraagt, zal er een zitting voor het horen van getuigen bepaald worden, de enquête (art. 353 lid 1 en art. 177 Rv). Op een zitting kunnen door de rechter benoemde deskundige(n) worden gehoord (art. 353 lid 1 en art. 194 lid 5 Rv) of partijdeskundigen (art. 353 lid 1 en art. 200 Rv). Het hof kan ook een gerechtelijke plaatsopneming gelasten (art. 353 lid 1 en art. 201 Rv). De meervoudige kamer mag deze onderzoekshandelingen aan een enkelvoudige kamer (raadsheer-commissaris) overlaten.1