Open normen in het Europees consumentenrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/3.1:3.1 Inleiding
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/3.1
3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS492390:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
85. In dit hoofdstuk wordt nagegaan hoe in Nederland uitleg en toepassing wordt gegeven aan de open oneerlijkheidsnorm uit de Richtlijn oneerlijke bedingen (Richtlijn OB) zoals deze is omgezet in het Nederlandse recht. Eerst wordt het Nederlandse recht in de periode voorafgaand aan de implementatie van de richtlijn besproken (par. 3.2), waarna de inpassing in het Nederlandse recht, de keuze voor een wijze van handhaving en de beschikbare waarborgen voor een consistente toepassing op nationaal en Europees niveau worden toegelicht (par. 3.3). Na aandacht voor de instapvereisten voor de toetsing aan de Nederlandse open norm (par. 3.4), schetst een drietal paragrafen de wijze waarop inhoud wordt gegeven aan de onredelijk bezwarend-norm (par. 3.5, 3.6 en 3.7). Aan bod komen, net als in het vorige hoofdstuk, de methode van vaststelling van het (onredelijk) nadelige karakter van het beding, de ruimte voor inhoudelijke resp. procedurele gezichtspunten en het abstracte dan wel concrete karakter van de toetsing. Vervolgens wordt ingegaan op de manier waarop de Nederlandse rechter omgaat met de ambtshalve toetsingsverplichting en de gevolgen hiervan voor de uitleg van de norm (par. 3.8). Tot slot houd ik de systematiek van de toetsing aan art. 6:233 onder a tegen het licht van de verschillende modellen uit par. 2.8 (par. 3.9).