Heffingsmethoden, een valse dichotomie?
Einde inhoudsopgave
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/3.1:3.1 Inleiding
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/3.1
3.1 Inleiding
Documentgegevens:
Dr. H.M. Roose, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
Dr. H.M. Roose
- JCDI
JCDI:ADS447217:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het vorige hoofdstuk komt naar voren dat de fiscale wetgever destijds vooral een doelmatige uitvoering voor ogen heeft bij de keuze tussen en de vormgeving van de verschillende heffingstechnieken. Door de tijd heen veranderen deze daardoor voortdurend. In hoofdstuk 1 schreef ik dat vrij algemeen aangenomen wordt dat heffingsmethoden elkaars tegenpolen zijn. Dit impliceert in de eerste plaats grote verschillen tussen aanslag- en aangiftebelastingen, daarnaast gaat het uit van een soort onveranderlijkheid. Om vast te kunnen stellen of deze aannames kloppen, vergelijk ik de heffingsmethoden in dit hoofdstuk met elkaar. Daarbij onderscheid ik binnen de heffingsmethoden vier kernelementen. In de volgende paragraaf licht ik toe hoe ik daartoe kom en welke dat zijn. In de paragrafen 3.3 tot en met 3.6 behandel ik de uitkomsten van de vergelijking op deze vier kernelementen. Elke paragraaf eindigt met een tussenanalyse. In paragraaf 3.7 sluit ik af met een overkoepelende conclusie.
Dit deelonderzoek heeft als doel om de heffingsmethoden op hooflijnen te beschrijven, om vervolgens te kunnen bepalen wat de belangrijkste verschillen zijn en wat een keuze feitelijk inhoudt. Die beschrijving op hoofdlijnen is van belang om op een systematische manier onderzoek te kunnen doen naar de factoren die relevant zijn bij het maken van keuzes.