Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/1.6
1.6 Waarborgen
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS494610:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ook kan een verzoek worden gedaan tot opheffing van een beslag indien sprake is van een aanhangige hoofdprocedure, door het instellen van een reconventionele vordering of provisionele vordering (voorlopige voorziening) voor de duur van het geding ex art. 223 Rv. Deze vormen van verweer tegen een conservatoir beslag vallen buiten het bestek van het onderzoek naar conservatoir beslag.
Het onderhavige model werd door mij ontwikkeld in het kader van mijn afstudeerscriptie Nederlands recht over conservatoir beslag, met als titel ‘Conservatoir beslag in Nederland. Een hatelijk middel ter bewaring van een recht?’, welke werd bekroond met de Molengraaff Scriptieprijs 2007. Nader over de drie opvolgende onderzoeken: paragraaf 2.2.
Zie hoofdstuk 10 inzake Europese invloeden, in het bijzonder paragraaf 10.2.1.
Met name omdat een conservatoir beslag voor de beslagene zeer ingrijpende gevolgen kan hebben heeft de wetgever, naast het belang van de schuldeiser dat deze zijn vordering kan secureren, ook oog gehad voor de belangen van de (beoogd) beslagene. Zo dient de beslaglegger, voordat deze kan overgaan tot het doen leggen van beslag, verlof van de voorzieningenrechter te verkrijgen en korte tijd na beslaglegging een hoofdzaak in te stellen voor de vordering die aan het beslag ten grondslag ligt (artikel 700 Rv). Indien sprake is van een onrechtmatig of vexatoir beslag, dan wel andere zwaarwegende redenen om het beslag op te heffen of te wijzigen, kan dit door de beslagene worden gevorderd in een opheffingskortgeding (artikel 705 Rv).1 In het geval van onrechtmatig beslag heeft de beslagene de mogelijkheid om schadevergoeding van de beslaglegger te vorderen op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Deze drie afzonderlijke onderdelen (ook wel pijlers genoemd) vormen tezamen een systeem waarbinnen onderlinge compensatie mogelijk is. Deze compensatie heeft betrekking op de mate waarin een specifieke pijler waarborgen voor de beslaglegger en de beslagene biedt. Een geringe waarborg in een der pijlers kan worden gecompenseerd door een sterke waarborg in een of meer andere pijlers.
Deze conceptuele benadering is onderstaand schematisch weergegeven in figuur 1 en vormt het vertrekpunt voor de onderzoeken naar conservatoir beslag waar dit boek een weerslag van is.2 Ook voor de bespreking van het voorstel Europees bankbeslag, later in dit boek, heeft dit model als startpunt gediend.3 De hoofdvraag die in het kader van deze onderzoeken wordt gesteld is in hoeverre het Nederlandse systeem van conservatoir beslag respectievelijk het voorstel Europees bankbeslag, als evenwichtig kunnen worden beschouwd. Een systeem als geheel kan worden gekwalificeerd als evenwichtig indien gesproken kan worden van voldoende waarborgen voor zowel beslaglegger (secureren van verhaal) als beslagene (bescherming tegen onrechtmatige beslaglegging). Vervolgens wordt bezien waar en op welke wijze verbeteringen wenselijk zijn.
Figuur 1: Onderdelen en compensatie systematiek conservatoir beslag in Nederland