Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/20.12:20.12 Publiek belang
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/20.12
20.12 Publiek belang
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS495820:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tot besluit van het Straatsburgse deel van deze studie ben ik in hoofdstuk 12 nagegaan welke betekenis het publieke belang bij de opsporing en bestraffing van delicten voor het recht tegen gedwongen zelfbelasting heeft. Dit publieke belang kan een inbreuk op het recht tegen gedwongen zelfbelasting rechtvaardigen. Dan zou het publieke belang als vierde toetsingsfactor functioneren.
De recente(re) rechtspraak van het Hof is aanleiding te veronderstellen dat het in nemo tenetur-zaken in toenemende mate bereid is om rekening te houden met het publieke belang bij de opsporing en bestraffing van delicten. Dat publieke belang is bijvoorbeeld een factor van betekenis voor de opheffing van het zwijgrecht in O’Halloran en Francis. In de fiscale boetezaak Jussila aanvaardt het Hof dat de eisen die art. 6 EVRM stelt in belastingzaken met een punitief element, niet steeds in volle omvang hoeven te gelden (= differentiatie in mate van rechtsbescherming). Belastingverhogingen verschillen volgens het Hof van de harde kern van het strafrecht.
Niet kan worden uitgesloten dat het Hof vroeg of laat zal oordelen dat (ook) het in art. 6 belichaamde zwijgrecht en het niet-meewerkrecht niet te hoeven belasten niet in volle omvang geldt in belastingzaken waarin een niet-substantiële (bestuurlijke) boete aan de orde is.
Deel II Nationaal