Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/5.6.1
5.6.1 Inleiding
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250187:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Lubbers & Scholten 1971, p. 68, Goudsmit 1973, p. 332-333, Raaijmakers 1976, p. 287-288, Beckman 1987, p. 533-535, Beckman 1995a, p. 545, Beckman 1996, p. 255, Asser/Maeijer 2-III 2000/439, Harmsma 2001, p. 113, Winkel 2004, p. 188, M.A.J.G. Janssen 2005, p. 121, Slagter 2005, p. 538, Ten Voorde 2006, p. 115, Ramanna 2008, p. 18, Beckman 2011, p. 252-253, Van der Kraan 2012, p. 47, Van der Heijden/Van der Grinten & Dortmond 2013/324.3, Assink/Slagter 2013/140.3, Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015/583, Van Schilfgaarde/Winter, Wezeman & Schoonbrood 2017, p. 376, Beckman – SDU Commentaar Ondernemingsrecht 2019, art. 2:403 BW, aant. C.5.3, Van Zoest 2019, p. 24, Huizink 2019, p. 329, E.C.A. Nass 2019, p. 203, Beckman – Compendium jaarrekening, § 3.8.4.8, Van der Kraan in zijn annotaties onder Hof ’s-Hertogenbosch 29 augustus 2017, JIN 2018/7 (Doorwin) en Hof Amsterdam 22 oktober 2019, JIN 2019/179 (Maison Zen beheer/Pauw), en Van Dooren in zijn annotatie onder Hof Den Haag 25 juni 2019, JOR 2020/56 (ZOM).
Zie Van der Heijden/Van der Grinten 1976/323, waar Van der Grinten het standpunt verdedigde dat de 403-aansprakelijkheid niet terugwerkt in het verleden. In Van der Heijden/Van der Grinten 1984/324.2 en Van der Heijden/Van der Grinten 1989/324.2 laat hij zich niet uit over de temporele reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid. Pas in Van der Heijden/Van der Grinten 1992/324.2 bepleit Van der Grinten het standpunt dat de 403-aansprakelijkheid onbeperkt terugwerkt in het verleden. Zie ook Maeijer 1978, p. 151, waar Maeijer het standpunt verdedigde dat de 403-aansprakelijkheid niet terugwerkt in het verleden. Vanaf Asser/Maeijer 2-III 1994/439 verdedigt hij het standpunt dat de 403-aansprakelijkheid onbeperkt terugwerkt in het verleden. Zie ten slotte Van Schilfgaarde 1988, p. 238-239, waar Van Schilfgaarde nog het standpunt innam dat de 403-aansprakelijkheid niet terugwerkt in het verleden. Vanaf Van Schilfgaarde 1990, p. 247, meent hij dat de 403-aansprakelijkheid onbeperkt terugwerkt in het verleden. Uit de verschillende stukken is echter niet op te maken waarom deze auteurs hun standpunt hebben gewijzigd.
Hof ’s-Hertogenbosch 29 augustus 2017, JOR 2017/318, m.nt. Van Zoest (Doorwin), r.o. 3.5.8. Het hof oordeelt dat een moedermaatschappij op grond van de 403-verklaring aansprakelijk is voor de schulden (die voortvloeien uit een rechtshandeling) van de 403-maatschappij die ontstaan zijn vanaf de eerste dag van het boekjaar waarover de 403-maatschappij een jaarrekening opmaakt waarbij zij (voor het eerst) gebruikmaakt van de jaarrekeningvrijstelling van het groepsregime (dit betreft het vijfde standpunt dat ik in § 5.2 onderscheid).
Hof Amsterdam 26 juli 2001, JOR 2004/94, m.nt. Bartman (Hemony/Van der Woude), r.o. 4.9, Rb. Arnhem 10 oktober 2002, JOR 2003/31, m.nt. Bartman (Resila/Spectro), r.o. 3.8-3.9, Rb. Roermond 25 oktober 2006, JOR 2006/289, m.nt. Bartman (Oud papiercentrale/Inalfa), r.o. 4.5, Hof ’s-Hertogenbosch 7 april 2009, JOR 2009/160, m.nt. Bartman (Inalfa), r.o. 4.3.3, Hof ’s-Hertogenbosch 12 mei 2009, JOR 2009/279, m.nt. Bartman (Oud papiercentrale/Inalfa), r.o. 4.7 en Hof Amsterdam (OK) 23 juli 2014, JOR 2014/233, m.nt. Bartman (Van Lieshout/Koks), r.o. 3.5.
De meest ruime uitleg van de temporele reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid houdt in dat een moedermaatschappij aansprakelijk is voor alle schulden die voortvloeien en zijn voortgevloeid uit een rechtshandeling van de 403-maatschappij – ongeacht wanneer deze rechtshandeling is verricht. Ter onderbouwing van dit standpunt wordt in de eerste plaats gewezen op de tekst en de parlementaire geschiedenis van art. 2:403 lid 1 sub f BW. Daarnaast wordt de compensatie van de crediteuren van de 403-maatschappij genoemd als reden dat de 403-aansprakelijkheid op deze manier moet worden uitgelegd.
Van de verschillende opvattingen ten aanzien van de temporele reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid vindt het standpunt dat de moedermaatschappij aansprakelijk is voor alle schulden die voortvloeien en zijn voortgevloeid uit een rechtshandeling van de 403-maatschappij de meeste navolging in de literatuur.1,2 Ook in de jurisprudentie tekent zich een dergelijk beeld af. Afgezien van een uitspraak van het Hof ’s-Hertogenbosch in 2017,3 is sinds 2001 bij alle uitspraken met betrekking tot de temporele reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid in lijn met dit standpunt geoordeeld.4 Drie uitspraken verdienen echter enige toelichting omdat daaruit niet direct is op te maken dat de rechter oordeelt dat de 403-aansprakelijkheid onbeperkt terugwerkt in het verleden. Ik licht deze uitspraken in paragraaf 5.6.3 toe.