Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/9.2.1
9.2.1 Verordening (EU) nr. 473/2013
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS455282:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 4, eerste lid, Verordening (EU) nr. 473/2013.
Artikel 4, tweede lid, Verordening (EU) nr. 473/2013.
Artikel 4, derde lid, Verordening (EU) nr. 473/2013.
Artikel 4, derde lid, Verordening (EU) nr. 473/2013.
Artikel 4, vierde lid, Verordening (EU) nr. 473/2013. Zie ook artikel 2 dat onder meer aangeeft wanneer er sprake is van onafhankelijke instanties en prognoses.
Artikel 6, eerste lid, Verordening (EU) nr. 473/2013. Zie het derde lid van dit artikel voor alle punten die in ieder geval in de ontwerpbegroting moeten worden opgenomen.
Artikel 7, eerste lid, Verordening (EU) nr. 473/2013.
Artikel 7, derde lid, Verordening (EU) nr. 473/2013.
Artikel 12, eerste lid, Verordening (EU) nr. 473/2013.
Artikel 7, vierde lid, Verordening (EU) nr. 473/2013.
Artikel 7, vijfde lid, Verordening (EU) nr. 473/2013.
Artikel 9, eerste lid, Verordening (EU) nr. 473/2013.
Artikel 9, tweede lid, Verordening (EU) nr. 473/2013.
Artikel 9, vierde lid, Verordening (EU) nr. 473/2013.
Artikel 10 Verordening (EU) nr. 473/2013.
Artikel 11, tweede lid, Verordening (EU) nr. 473/2013.
Zie bijvoorbeeld artikel 1, artikel 3 en artikel 4, eerste lid, Verordening (EU) nr. 473/2013.
Artikel 15 Verordening (EU) nr. 473/2013.
Artikel 16 Verordening (EU) nr. 473/2013. Zie voor dit verslag: COM (2014) 61 definitief; COM (2014) 905 definitief.
Artikel 17 Verordening (EU) nr. 473/2013.
Verordening (EU) nr. 473/2013 regelt twee aspecten: de coördinatie van begrotingsplannen en extra verplichtingen binnen de buitensporigtekortprocedure.
De lidstaten moeten op grond van deze verordening ieder jaar hun nationale begrotingsplannen bij voorkeur voor 15 april maar uiterlijk op 30 april openbaar maken.1 De lidstaten dienen in het kader van het Europees semester in die maand al twee soorten programma’s in, namelijk stabiliteits- of convergentieprogramma’s over de overheidsfinanciën, en nationale hervormingsprogramma’s over de groei en werkgelegenheid in die lidstaat. Deze verschillende onderdelen worden nu gebundeld en gezamenlijk ingeleverd. Lidstaten maken hun ontwerpbegrotingen vervolgens op uiterlijk 15 oktober openbaar.2 De begroting moet op uiterlijk 31 december zijn aangenomen.3 Voor het geval dat dit vanwege ‘objectieve redenen buiten de macht van de overheid’ niet lukt, moeten de lidstaten beschikken over zogenoemde uitgestelde begrotingsprocedures.4 Lidstaten moeten voorts hun begrotingsplannen baseren op onafhankelijke prognoses.5 Ook moeten er onafhankelijke instanties zijn die toezicht houden op de inachtneming van begrotingsregels.6
De lidstaten maken hun ontwerpbegrotingen niet alleen openbaar, zij dienen deze ook uiterlijk 15 oktober in bij de Europese Commissie en bij de eurogroep.7 De Commissie beoordeelt de plannen en geeft hierover een advies.8 Dit advies wordt openbaar gemaakt en aan de eurogroep gepresenteerd.9 Tevens kunnen het Europees Parlement en de parlementen van de lidstaten de Commissie verzoeken om een presentatie van het advies. De mate waarin een lidstaat het advies in acht heeft genomen, wordt in aanmerking genomen bij het besluit of er al dan niet een buitensporig tekort bestaat en bij het opleggen van niet-rentedragende deposito’s binnen het correctieve deel van het Stabiliteits- en Groeipact.10 Naast het geven van advies aan de afzonderlijke lidstaten, voert de Europese Commissie ook een algehele evaluatie uit van de begrotingssituatie en -vooruitzichten van de eurozone als geheel.11 De eurogroep bespreekt zowel de afzonderlijke adviezen over de nationale begrotingsplannen als de algehele evaluatie.12 Daarnaast moeten de lidstaten vooraf en tijdig verslag uitbrengen aan de Europese Commissie en de eurogroep over hun plannen om staatsobligaties uit te geven.13
Naast deze maatregelen om de begrotingsplannen te coördineren, legt Verordening (EU) nr. 473/2013 extra verplichtingen op aan lidstaten die zich in de buitensporigtekortprocedure begeven. Zo moeten deze lidstaten aan de Europese Commissie en aan de Raad een economisch partnerschapsprogramma voorleggen waarin wordt beschreven welke maatregelen de lidstaat neemt om het tekort weg te werken.14 De lidstaten moeten hierin een aantal specifieke begrotingsprioriteiten vaststellen.15 De Raad brengt op voorstel van de Europese Commissie advies uit over deze economische partnerschapsprogramma’s.16 Tevens geeft de verordening extra rapportagevereisten voor lidstaten waartegen een buitensporigtekortprocedure loopt.17 Ook geeft de verordening aan de Commissie de bevoegdheid om een aanbeveling tot een lidstaat te richten indien er een risico bestaat dat de termijn die is gesteld om het buitensporig tekort in die lidstaat te corrigeren, niet wordt gehaald.18 De aanbeveling houdt dan in dat de maatregelen zoals opgenomen in eerdere aanbevelingen volledig worden uitgevoerd. Ook deze aanbeveling kan op verzoek aan de parlementen van de betrokken lidstaten worden gepresenteerd.
Tot slot bevat de verordening nog enkele algemene punten. Zo wordt er veel aandacht besteed aan de samenhang met eerdere Europese regelingen over economische beleidscoördinatie.19 Ook benadrukt de verordening, evenals bij het six-pack, het idee van economische dialoog.20 Tevens krijgt de Europese Commissie wederom de bevoegdheid om een verslag op te stellen over de toepassing van deze verordening.21 De verordening sluit af met enkele overgangsbepalingen.22