Biases in de boardroom en de raadkamer
Einde inhoudsopgave
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/4.4.1:4.4.1 Knelpunt 1: onvoldoende kennis van de invloed van biases
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/4.4.1
4.4.1 Knelpunt 1: onvoldoende kennis van de invloed van biases
Documentgegevens:
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen
- JCDI
JCDI:ADS111341:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Geen onderdeel van het bredere empirisch onderzoek van deze dissertatie. Deze gesprekken zijn gehouden in 2014 met zes raadsheren van het Hof Amsterdam. Meer informatie op te vragen viac.deelen@jur.ru.nl.
Zie kritisch: Ahsmann 2018; Buruma 2018, p. 1500.
Zie ook: Giard 2018, p. 513.
Monteith, Devine & Sherman 1998, p. 63-82.
Gommer 2011, p. 1257.
Stevens 2014, par. 5. Hierbij zij opgemerkt dat dit onderzoek beperkt is tot het strafrecht.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit gesprekken met enkele raadsheren1 blijkt dat in de rechterlijke opleiding voorheen vrijwel geen aandacht werd geschonken aan de werking van het onbewuste en de invloed daarvan op het rechterlijk oordeel. Recent is de rechterlijke opleiding op de schop gegaan. Deze herziening lijkt tot de nodige wijzigingen te hebben geleid. Mijn indruk is dat meer aandacht wordt besteed aan het bredere aspect van ‘psychologie en recht’.2 Toch ontbreekt een multidisciplinaire fundering in de opleiding.3 Voor een verdiepingsslag in het denken over filosofie, psychologie en recht is het noodzakelijk de algemene doelen waarop de rechtspraak gericht is en de achterliggende motieven van waaruit rechters hun werk doen te bezien. Scholing in waarheidsvinding zou een belangrijk onderdeel van de rechterlijke opleiding en rechterlijke bijscholing moeten zijn.
In deze (bij)scholing kan gebruikgemaakt worden van toegepaste wetenschapsfilosofie. Wetenschapsfilosofie is dat onderdeel van de filosofie dat zich bezighoudt met onderzoek naar de vooronderstellingen, methodes en resultaten van verschillende wetenschappen. Kritische reflectie en opbouw van argumentatie is daar een belangrijk onderdeel van, wat de rechter ten dienste kan staan bij zijn eigen rechterlijke beoordeling (zie ook: par. 4.4.3).
Complementair hieraan is scholing en bijscholing over de werking van het onbewuste en het geven van handvatten aan de rechter hoe het onbewuste gedeeltelijk beteugeld kan worden. Zo blijkt uit onderzoek dat indien iemand zich bewust is van het bezitten van bepaalde social constructs de invloed van deze social constructs in het onbewuste daadwerkelijk kan afnemen.4 Bovendien kan een bewustwording plaatsvinden van de eigen emoties in concrete zin. Hiermee bedoel ik dat de rechter zich niet enkel in algemene zin bewust dient te zijn van de invloed van emoties, bijvoorbeeld: ‘door hoge werkdruk reageer ik soms wat meer kortaf tijdens een zitting’. De rechter dient zich hier juist in de concrete situatie van bewust te zijn. Bijvoorbeeld: ‘ik heb vannacht erg slecht geslapen, ik ben erg moe, dus het kan zijn dat ik wat geïrriteerder reageer vandaag of een meer gesloten houding heb jegens partijen.’ Enkele rechters die ik heb gesproken, geven aan dat zij het belangrijk vinden dat indien de rechter ‘zijn dag niet heeft’, hij dit bij zichzelf herkent en hier alert op is.
Ook op het gebied van bewijswaardering heeft (bij)scholing effect. Zo wordt wel betoogd dat de bewijsbeslissing aan wetenschappelijke eisen zou moeten voldoen en dat de bewijsbeslissing niet slechts een juridische beslissing is.5 Met name op het vlak van het ‘doorgronden, gebruiken, verfijnen en opschrijven door rechters, van enkele bewijsrechtelijke toetsstenen’, is verbetering mogelijk.6
Enkel scholing en bijscholing is niet voldoende om de invloed van biases te beperken. Nadere aanbevelingen zijn nodig. Daar vervolg ik mee, wederom aan de hand van de knelpunten.