Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/17.6.2
17.6.2 Artikel 23 EEX-V°/17 Verdrag
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS418025:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
In art. 17 Verdrag luidt deze passage: 'een gerecht of de gerechten van een verdragsluitende staat'.
HvJ EG 9 november 1978, zaak 23/78, Meeth/Glacetal, Jur. 1978, p. 2133, NJ 1979, 538, r.o. 5; Vzr. Rb. Arnhem 16 januari 2006, NIPR 2006, 143; anders: OLG Frankfurt 20 september 1978, Serie D I-17.1.1-B 8; Cour de Cassation lère ch. civ. 19 februari 1981, Rev Crit 1981, p. 134; Beraudo, Jurisclasseur, suppl. 3/1993, p. 19; Killias, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 108; Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 304 (juli 2006), p. A-a-441; Schockweiler, Civil Jurisdiction, p. 121.
Art. 18 Verdrag luidt: 'de verschijning uitsluitend ten doel heeft de bevoegdheid te betwisten'. In art. 24 EEX-V° is de Nederlandse tekst aangepast en verlangt art. 24 EEX-V° slechts dat de verschijning tot doel dient te hebben de bevoegdheid te betwisten. Het woord 'uitsluitend' is vervallen.
HvJ EG 24 juni 1981, zaak 150/80, Elefanten Schuh/Jacqmain, Jur. 1981, p. 1671, NJ 1981, 546.
Schmidt, NIPR 2001, p. 160.
Art. 23 EEX-V°/17 Verdrag noch 24 EEX-V°/18 Verdrag verzetten zich tegen dépecage van een forumkeuze, hoewel dat niet uit de artikelen of de geschiedenis van totstandkoming blijkt. Integendeel: art. 23 lid 1 EEX-V°/17 lid 1 Verdrag bepaalt uitdrukkelijk dat partijen 'een gerecht of de gerechten van een lidstaat'1kunnen aanwijzen. Dat lijkt een keuze voor gerechten van verschillende lidstaat lidstaten of verdragsluitende staten uit te sluiten. Het Hof van Justitie heeft echter overwogen dat deze zinsnede partijen niet de mogelijkheid ontneemt om voor eventuele geschillen twee of meer gerechten aan te wijzen.2 Hoewel uit de overweging niet blijkt dat het Hof van Justitie ook instemt met het aanwijzen van gerechten in verschillende staten, blijkt uit dezelfde overweging dat het Hof van Justitie dit oordeel betrekking heeft op een forumkeuze die een wederkerige attributie van rechtsmacht in verschillende staten inhoudt. Voor art. 24 EEX-V°/18 Verdrag zie ik evenmin een probleem. Het staat de verweerder vrij voor een gedeelte van de rechtsbetrekking de bevoegdheid van de geadieerde rechter te betwisten. Dat gebeurt in de praktijk reeds regelmatig, bijv. ten aanzien van een primaire en subsidiaire vordering of indien aan de eis verschillende rechtsverhoudingen ten grondslag liggen. Ook komt het voor dat geheel verschillende vorderingen worden ingesteld en dat daarvoor verschillende forumkeuzen zijn gemaakt.3 Weliswaar bevat de Nederlandse tekst van art. 24 EEX-V°/18 Verdrag de woorden 'de verschijning ten doel heeft de bevoegdheid te betwisten' ,4 maar aan deze zinsnede dient geen belang te worden gehecht, zoals besproken in par. 8.5. Deze aanpassing heeft plaatsgevonden teneinde de rechtspraak van het Hof van Justitie5 te codificeren 6 Weliswaar gaat de rechtspraak van het Hof van Justitie slechts over het voeren van verweer ten gronde naast een bevoegdheidsverweer, maar dat lijkt mij in dit verband niet relevant.