Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht
Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/6.1:6.1 Inleiding
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS956970:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het tweede en derde hoofdstuk is besproken dat zowel in het nationale recht als onder de Handhavingsrichtlijn geldt dat de rechthebbende bij een vastgestelde inbreuk in beginsel recht heeft op toewijzing van een verbod. Vervolgens kwamen in het vierde en het vijfde hoofdstuk het evenredigheidsbeginsel en wijze waarop het Hof dit beginsel toepast op de maatregelen, procedures en rechtsmiddelen uit de richtlijn aan bod. In dit hoofdstuk komt aan de orde in hoeverre het evenredigheidsbeginsel aanleiding kan geven voor een aanpassing of afwijzing van een verbod. Aangevangen wordt met een beknopte bespreking van de betekenis van het beginsel in de context van een rechterlijk verbod. Vervolgens wordt een concrete evenredigheidstoets geformuleerd die zal worden toegepast op verschillende gevalstypen.