Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/59.4
59.4 Toekomstperspectief: behoefte aan een prejudiciële procedure in het bestuursrecht
prof. mr. J.C.A. de Poorter, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. J.C.A. de Poorter
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie eerder reeds J.C.A. de Poorter en E.M.H. Hirsch Ballin, ‘Enkele beschouwingen over de toekomst van de rechtspleging, met name in het bestuursrecht’, in: E.R. Muller en C.P. Cleiren (red.), Rechterlijke Macht, Studies over rechtspraak en rechtshandhaving in Nederland, Deventer: Kluwer 2006, p. 660-661. Zie ook J.C.A. de Poorter en K.J. de Graaf, Doel en Functie van de bestuursrechtspraak: een blik op de toekomst, Den Haag: Raad van State 2011, p. 238 en I. Giesen en R. Ortlep, ‘Een mogelijk succesverhaal? De prejudiciële vraagprocedure in het bestuursrecht’, Trema 2017/4, p. 135-145.
Zie art. 392 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtvordering (Rv) en afdeling 2A van hoofdstuk 5 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Per 3 juli 2018 ligt dit wetsvoorstel ter consultatie voor. Zie https://www.internetconsultatie.nl/instituutmijnbouwschadegroningen.
I. Giesen e.a., De wet prejudiciële vragen aan de Hoge Raad: een tussentijdse evaluatie in het licht van de mogelijke invoering in het strafrecht, Utrecht: Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) 2016, p. 167.
Een andere wijze om rechtsvragen meer gecoördineerd bij de hoogste bestuursrechters te brengen zou kunnen bestaan uit de mogelijkheid voor de rechtbanken om prejudiciële vragen te stellen aan de hoogste bestuursrechters.1 Een dergelijke mogelijkheid bestaat reeds in het civiele procesrecht en in het belastingrecht.2 Nu is de situatie op die terreinen niet helemaal te vergelijken met die in het algemene bestuursprocesrecht. Het meest in het oog springende verschil is natuurlijk dat op het terrein van het belastingrecht en het burgerlijk recht rechtspraak in drie instanties bestaat en de prejudiciële procedure juist werd ingevoerd als een instrument om eerder op het hoogste niveau – door de Hoge Raad – te kunnen beslissen over maatschappelijke relevante, veel voorkomende juridische problemen. In het bestuursrecht is dat probleem – hoe snel komen zaken die er voor de rechtsontwikkeling toe doen bij de hoogste rechter – misschien minder groot, maar nog steeds wel aanwezig. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat inmiddels ook een prejudiciële procedure op de ABRvS is voorgesteld in artikel 17, eerste lid, van het voorstel voor een Wet Instituut mijnbouwschade Groningen.3 Bovendien biedt een prejudiciële procedure het grote voordeel dat de rechtsvormende taak van de hoogste bestuursrechters beter wordt bediend doordat de uitoefening ervan beter kan worden gecoördineerd en minder afhankelijk is van de toevallige omstandigheid dat belanghebbende tot in hoogste instantie doorprocedeert.
Rechtbanken hebben vaak beter en in elk geval sneller zicht op wat er speelt in de rechtspraktijk. Zij zien het eerder wanneer er zich veel geschillen over hetzelfde probleem voordoen. Juist wanneer zich dit fenomeen van veel gelijksoortige procedures door problemen met het onderliggende beleid of de onderliggende regelgeving voordoet, kan een prejudiciële procedure grote voordelen hebben. De rechtbanken kunnen daarbij enkele zaken clusteren en op basis daarvan een prejudiciële vraag aan de hoogste bestuursrechter stellen, waarin de rijkdom van de casuïstiek ten volle tot uiting komt. Daar komt nog bij dat we uit de evaluatie van de civiele prejudiciële procedure weten dat juist de invoering van de prejudiciële procedure in het civiele procesrecht heeft geleid tot vooroverleg tussen rechtbanken.4 In die zin mag worden verwacht dat een prejudiciële procedure een horizontale dialoog tussen de rechtbanken stimuleert en dat aldus wordt bevorderd dat er meer beleid wordt ontwikkeld op het gebied van de rechterlijke rechtsvorming.