Conversie en aandelen
Einde inhoudsopgave
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/4.2.9:4.2.9 Uitsluiting voorkeursrecht (2:96a lid 7 BW)
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/4.2.9
4.2.9 Uitsluiting voorkeursrecht (2:96a lid 7 BW)
Documentgegevens:
mr. P.H.N. Quist, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. P.H.N. Quist
- JCDI
JCDI:ADS366990:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 31 december 1993, NJ 1994/436, m.nt. J.M.M. Maeijer (Verenigde bootlieden). Zie ook Pres. Rb. Haarlem 8 mei 1990, KG 1990/247 (Schrijer/Keijzer).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De uitsluiting van het voorkeursrecht betekent een inbreuk op het recht van bestaande aandeelhouders hun belang op peil te houden. Een besluit van de algemene vergadering tot beperking of uitsluiting van het voorkeursrecht of tot aanwijzing van het orgaan dat tot beperking of uitsluiting bevoegd is als bedoeld in artikel 2:96a lid 6 BW, vereist indien minder dan de helft van het geplaatste kapitaal in de vergadering is vertegenwoordigd een meerderheid van ten minste twee derden van de uitgebrachte stemmen. De achterliggende gedachte is dat het hier een besluit betreft dat tot een wezenlijke verandering kan leiden in de verhouding tussen de bestaande aandeelhouders en de vennootschap. De statuten kunnen een grotere meerderheid dan twee derden van de uitgebrachte stemmen eisen.1
Een besluit tot beperking of uitsluiting van het voorkeursrecht moet voldoen aan de eisen van de redelijkheid en billijkheid, in acht te nemen jegens de bestaande aandeelhouders die in hun belangen kunnen worden benadeeld (2:8 BW). Bovendien dient bij uitsluiting van het voorkeursrecht het gelijkheidsbeginsel van artikel 2:92 lid 2 BW in acht te worden genomen. Volgens de Hoge Raad is van schending van het gelijkheidsbeginsel echter geen sprake indien voor een ongelijke behandeling van aandeelhouders een objectieve en redelijke rechtvaardiging kan worden aangewezen.2