Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/1.5:1.5 Plan van behandeling
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/1.5
1.5 Plan van behandeling
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648762:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit boek begint bij het begin. Geen vrijstelling zonder verplichting. In het eerste hoofdstuk wordt kort uiteengezet wanneer een rechtspersoon verplicht is om een jaarrekening op te stellen en te publiceren. Daarna wordt de vrijstellingsregeling behandeld, die de mogelijkheid biedt om grotendeels van de jaarrekeningenplicht te worden vrijgesteld. In het kader van de analyse van de groepsvrijstellingsregeling worden de vereisten waaraan moet worden voldaan nader belicht. Vervolgens wordt de toepassing van de vrijstellingsregeling in diverse praktijksituaties bekeken.
Op basis van de analyse van de diverse praktijksituaties kan de conclusie worden getrokken dat de huidige groepsvrijstellingsregeling van artikel 2:403 BW tot problemen leidt. Bij het analyseren van deze situaties wordt gaandeweg duidelijk waar het pijnpunt zit. Herhaaldelijk blijkt dat de voornaamste problemen zijn terug te voeren op hetzelfde heikele punt: het vereiste dat de consoliderende rechtspersoon zich hoofdelijk aansprakelijk dient te verklaren.
Vanuit de bevinding dat de hoofdelijke aansprakelijkheid de oorzaak is van de voornaamste problemen wordt dieper ingegaan op hoofdelijkheid. Wat is de achtergrond van deze rechtsfiguur? Past deze rechtsfiguur bij de zekerheid die in het kader van de groepsvrijstelling dient te worden verstrekt? Hoe is hoofdelijkheid in de groepsvrijstellingsregeling terechtgekomen?
Bij het bestuderen van de rechtsfiguur hoofdelijkheid dringt de bestudering van de rechtsfiguur borgtocht zich op. Al sinds het Romeinse recht blijken borgtocht en hoofdelijkheid met elkaar te zijn verweven. Aangezien borgtocht onder andere door de Ondernemingskamer en verschillende auteurs is genoemd als rechtsfiguur die beter past binnen de groepsvrijstellingsregeling dan hoofdelijkheid is eveneens een diepgaander onderzoek naar borgtocht verricht.
Uiteindelijk leidt vorenstaand onderzoek tot de conclusie dat borgtocht dogmatisch en wetshistorisch gezien beter past bij de vrijstellingsregeling dan hoofdelijkheid. Bovendien leidt een aansprakelijkheid in de vorm van borgtocht niet tot de voornaamste problemen waar de praktijk mee worstelt.