De grondwetsherzieningsprocedure
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/1.2:1.2 Vraagstelling
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/1.2
1.2 Vraagstelling
Documentgegevens:
T. van Gennip, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
T. van Gennip
- JCDI
JCDI:ADS284928:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld: Van den Braak, Openbaar bestuur 1999, p. 20-23.
Van den Berg 2004, p. 4-5.
Zie bijvoorbeeld: Nehmelman e.a., NJB 2014/1228, p. 1681.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Velen achten de grondwetsherzieningsprocedure om uiteenlopende redenen problematisch. Geregeld doen stellingen de ronde met de strekking dat de beslissende positie van de Eerste Kamer problematisch is.1 Het functioneren van de tussentijdse ontbindingsverkiezingen van de Tweede Kamer2 en de zwaarte van de grondwetsherzieningsprocedure liggen ook regelmatig onder vuur.3
Het is niet eenvoudig om stellingen over de gebrekkigheid van de procedure met overtuigende argumenten te staven. Voor een dergelijke argumentatie is kennisname nodig van de functies van de Grondwet en de uitgangspunten en praktijk van de grondwetsherzieningsprocedure. In dit proefschrift probeer ik op overtuigende wijze stelling in te nemen door de functies van de Grondwet en de uitgangspunten van de grondwetsherzieningsprocedure in mijn argumentatie te betrekken.
In dit onderzoek tracht ik zo onbevangen mogelijk de materie te benaderen, door eerst onderzoek te doen naar de historische ontwikkeling van de Grondwet, haar herzieningsprocedure en herzieningspraktijk. De centrale vraagstelling van dit onderzoek luidt tegen deze achtergrond: hoe heeft de procedure van grondwetsherziening zich sinds 1814 in de constitutionele en staatkundige geschiedenis ontwikkeld, welke kwaliteiten en gebreken zijn gelet op de toepassingspraktijk van de procedure naar voren gekomen, en is er reden tot aanpassing van de procedure gelet op deze ontwikkelingen? In de volgende paragraaf geef ik aan in welke structuur en met welke afbakening ik deze vraag ga benaderen.