De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/3.7.1:3.7.1 Grondbeginselen
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/3.7.1
3.7.1 Grondbeginselen
Documentgegevens:
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250250:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De in dit hoofdstuk gegeven uiteenzetting van de compensatie van de crediteuren van een 403-maatschappij en het standpunt dat zij niet in een nadeliger positie mogen komen doordat de 403-maatschappij gebruikmaakt van de jaarrekeningvrijstelling of doordat de moedermaatschappij de 403-verklaring intrekt of de overblijvende aansprakelijkheid beëindigt, vormen samen het door mij bepleite uitgangspunt voor compensatie. Dit uitgangspunt is de rode draad van dit onderzoek. Aan de hand hiervan beantwoord ik diverse vraagstukken met betrekking tot de aansprakelijkheid van een moedermaatschappij op grond van de 403-verklaring. Daarbij onderzoek ik hoe verschillende wettelijke bepalingen moeten worden uitgelegd of gewijzigd, bezien vanuit de functie die deze aansprakelijkheid heeft bij de compensatie van de crediteuren en zodat is gewaarborgd dat de crediteuren niet in een nadeliger positie komen.
Het door mij bepleite uitgangspunt voor de compensatie van de crediteuren van een 403-maatschappij is samen te vatten in vier grondbeginselen:
Het doel van de compensatie is om het nadeel ongedaan te maken dat crediteuren ondervinden omdat zij de jaarrekening van de 403-maatschappij niet kunnen inzien en niet (mede) aan de hand daarvan kunnen schatten hoe groot het risico is dat hun vordering niet (volledig) zal worden voldaan (§ 3.3).
De compensatie die een crediteur ontvangt, bestaat uit twee onderdelen die elkaar aanvullen: een vordering op de moedermaatschappij op grond van de 403-verklaring en de mogelijkheid om de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij in te zien. Het feit dat een crediteur een vordering heeft op een debiteur – de 403-maatschappij – van wie hij de jaarrekening niet kan inzien, wordt gecompenseerd met een aanvullende vordering op een andere debiteur – de moedermaatschappij – van wie hij de geconsolideerde jaarrekening wel kan inzien (§ 3.4 en § 3.5).
Een crediteur mag niet in een nadeliger positie komen door gebruikmaking van de jaarrekeningvrijstelling door de 403-maatschappij of doordat de moedermaatschappij de 403-verklaring intrekt of de overblijvende aansprakelijkheid beëindigt (§ 3.6.1).
Het moet zo veel mogelijk worden voorkomen dat een crediteur in een voordeliger positie komt door gebruikmaking van de jaarrekeningvrijstelling door de 403-maatschappij of doordat de moedermaatschappij de 403-verklaring intrekt of de overblijvende aansprakelijkheid beëindigt (§ 3.6.2).