De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen
Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/4.2.2.4:4.2.2.4 Conclusie kernaspect 1
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/4.2.2.4
4.2.2.4 Conclusie kernaspect 1
Documentgegevens:
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS702113:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het eerste kernaspect dat de positie van onteigeningsdeskundigen bijzonder maakt, is het imperatieve karakter van de benoeming. In het commune civiele recht geldt geen verplichte benoeming; krachtens art. 194 lid 1 Rv heeft de rechter een discretionaire bevoegdheid wanneer het aankomt op de benoeming van één of meer deskundigen. De enige grens is dat de rechterlijke uitspraak voor partijen en de hogere rechter controleerbaar en aanvaardbaar moet zijn.
Ook wat betreft de overige kenmerken van de benoeming wijkt de deskundigenprocedure in het onteigeningsrecht af van de normale civiele deskundigenprocedure. Zo is de rechter in een normale civiele procedure geheel vrij in de keuze van de persoon van de adviseur en in het aantal te benoemen deskundigen. De commune civiele rechter is dus niet gebonden aan een deskundigenregister.