Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/4.2.4
4.2.4 Hoedanigheid van partijen
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186534:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie nader o.m. Tjittes 1994, p. 137 e.v.
Zie ook conclusie van A-G Valk voor HR 24 februari 2017, RvdW 2017/309 (Parkking Ontwikkeling/Alberts q.q.), onder 2.4. en specifiek voor een achterstelling Hof Amsterdam 22 mei 2018, JOR 2018/309 (Stichting Beheer SNS Reaal/SRH & Staat), r.o. 3.3.1.
Zie bijvoorbeeld Schelhaas 2008, Schelhaas, in: Schelhaas & Valk 2016, p. 134, Tjittes 2009, par. 2.3.6, Tjittes 1997 en Tjittes 2018, par. 2.7. Anders: Valk, in: Schelhaas & Valk 2016, par. 2.3.3.
Zie HR 24 februari 2017, RvdW 2017/309 (Parkkring Ontwikkeling/Alberts q.q.), r.o. 3.3.2, overweging 2.4 van de conclusie van A-G Valk daarbij, HR 20 september 2013, NJ 2014/522 (Gemeente Rotterdam/Eneco c.s.), r.o. 3.4.2, HR 19 januari 2007,NJ 2007/575 (Meyer Europe/PontMeyer), HR 29 juni 2007, NJ 2007/576 (Derksen/Homburg), HR 5 april 2013, NJ 2013/214 (Lundiform/Mexx) en HR 4 juni 2010,NJ 2010/312 (Euroland c.s./Gilde c.s.).
Zie Tjittes 1994, p. 138 e.v. en Tjittes 2009, p. 39 e.v.
Zie par. 4.2.5 en Tjittes 1994, p. 138 e.v.
Zie HR 20 februari 2004, NJ 2005/493 (Pensioenfonds DSM/Fox), HR 23 december 2005, JOR 2006/117 (Van Olphen/De Rooij), maar ook reeds HR 20 mei 1949,NJ 1950/72 (ZMVO/Koppe) en HR 15 november 1968, NJ 1969/1 (ERMV/ Het Hollandsche Kruisch). Zie verder HR 18 maart 1983, NJ 1984/345 (Shy Ying Cheung/Lam), HR 17 februari 2006, NJ 2006/378 (Royal & Sun Alliance/ Universal Pictures) en Tjittes 2018, p. 314 en 319.
Deze indruk vloeit voort uit gesprekken met de betreffende doelgroep. Hier is geen empirisch en methodologisch verantwoord onderzoek naar verricht. Vgl. ook Thijssen & Rutten 2001, Dorsman 2003, de conclusie van A-G Langemeijer bij HR 2 oktober 1998, NJ 1999/467 (Alsag AG/Curatoren Femis), onder 2.8: “De term ‘achtergestelde vordering’ wordt ook wel eens oneigenlijk gebruikt voor verbintenissen met een uitgestelde opeisbaarheid; …”, verder naar Duits recht Bitter & Rauhut 2014, p. 1009 over BGH 19 juli 2007, IX ZB 36/07, ZIP 2007/1666, NZI 2007/579, LMK 2007, 243216 en Uhlenbruck/Mock InsO § 17, rn. 142. Anders bijvoorbeeld Hof Amsterdam 22 mei 2018, JOR 2018/309 (Stichting Beheer SNS Reaal/SRH & Staat), waar het een andere kring van partijen betreft en het Hof kennelijk met achtergesteld slechts eigenlijk achtergesteld bedoelt. Zie i.h.b. r.o. 3.3.3.
121. Ook de hoedanigheid van partijen kan relevant zijn bij de uitleg van een overeenkomst van achterstelling.1 Die kan op verschillende manieren doorwerken.
Bij de uitleg van een overeenkomst die is gesloten door ter zake deskundige partijen of partijen die worden bijgestaan door gespecialiseerde juristen kan de taalkundige betekenis van de gehanteerde bewoordingen nog sterker dan gebruikelijk voorop worden geplaatst.2 De reden daarvoor is dat dergelijke partijen in staat worden geacht hun partijbedoeling juist weer te geven in de tekst van de achterstellingsovereenkomst.
Dit is met name relevant voor overeenkomsten van achterstelling in de leveraged finance. Onder meer Tjittes en Schelhaas hebben gepleit voor een dergelijke objectieve uitleg van commerciële contracten.3 De Hoge Raad is daar slechts beperkt in meegegaan. De professionaliteit van partijen doet het belang van de bewoordingen van de overeenkomst toenemen, maar ook voor dergelijke overeenkomsten geldt objectieve uitleg als gezichtspunt en niet als regel.4
De hoedanigheid van partijen is ook een relevant gezichtspunt bij verhoudingen tussen professionele en minder professionele partijen of bij verhoudingen tussen weinig professionele partijen onderling. De betrokkenheid van minder professionele partijen laat meer ruimte voor subjectieve uitleg.5 Bovendien kan die betrokkenheid reden zijn om een beding uit te leggen in het nadeel van de opsteller daarvan als dat een professionele partij is en diens wederpartij niet.6
De hoedanigheid van partijen is verder van belang voor de uitleg van de overeenkomst doordat die de betekenis van de gehanteerde termen kleurt.7 Dat kan bijvoorbeeld spelen als een achterstellingsovereenkomst alleen vermeldt dat een vordering ‘is achtergesteld’. Bij het uitleggen van die overeenkomst moet acht worden geslagen op de betekenis van de term ‘achtergesteld’ in de kring van partijen. Mijn indruk is bijvoorbeeld dat onder ondernemers in het midden- en kleinbedrijf en hun accountants en andere adviseurs, met de term ‘achtergesteld’ doorgaans wordt bedoeld dat de betreffende vordering niet hoeft of mag worden voldaan totdat bepaalde andere vorderingen zijn voldaan.8 Dit duidt erop dat de achtergestelde vordering niet-opeisbaar is totdat de senior is voldaan en tot die tijd ook niet kan worden verrekend.