NJB 2026/199
Vordering benadeelde partij en vereiste van rechtstreekse schade in een geval waarin de schade is ontstaan doordat een cliënt van de benadeelde partij als gevolg van oplichting en misbruik van identiteit een bedrag heeft overgemaakt naar een verkeerde rekening, te weten de rekening van de verdachte in plaats van naar de rekening van de benadeelde partij, art. 51f Sv: in casu kon het hof oordelen dat de benadeelde pertij tot het toegewezen geldbedrag schade heeft geleden en daarbij overwegen dat het ‘aan de benadeelde partij zelf [is] om te bepalen welke weg zij kiest c.q. welke partij zij aanspreekt om haar schade vergoed te krijgen’. CAG: anders.
HR 13-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:38
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 januari 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, F. Posthumus, F. Damsteegt
- Zaaknummer
23/03100
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:38, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1293, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑11‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 23‑09‑2024
- Wetingang
(art. 51f Sv)
Essentie
Vordering benadeelde partij en vereiste van rechtstreekse schade in een geval waarin de schade is ontstaan doordat een cliënt van de benadeelde partij als gevolg van oplichting en misbruik van identiteit een bedrag heeft overgemaakt naar een verkeerde rekening, te weten de rekening van de verdachte in plaats van naar de rekening van de benadeelde partij, art. 51f Sv: in casu kon het hof oordelen dat de benadeelde pertij tot het toegewezen geldbedrag schade heeft geleden en daarbij overwegen dat het ‘aan de benadeelde partij zelf [is] om te bepalen welke weg zij kiest c.q. welke partij ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.