NJB 2026/199:Vordering benadeelde partij en vereiste van rechtstreekse schade in een geval waarin de schade is ontstaan doordat een cliënt van de benadeelde partij als gevolg van oplichting en misbruik van identiteit een bedrag heeft overgemaakt naar een verkeerde rekening, te weten de rekening van de verdachte in plaats van naar de rekening van de benadeelde partij, art. 51f Sv: in casu kon het hof oordelen dat de benadeelde pertij tot het toegewezen geldbedrag schade heeft geleden en daarbij overwegen dat het ‘aan de benadeelde partij zelf [is] om te bepalen welke weg zij kiest c.q. welke partij zij aanspreekt om haar schade vergoed te krijgen’. CAG: anders.