RI 2010, 12
Boetebeding. Kwalificeert de boete uit hoofde van een boetebeding als een bestaande of als een toekomstige vordering? (Orinoco N.V./Maas Lastechniek B.V.)
Rb. Groningen 21-10-2009, ECLI:NL:RBGRO:2009:BK4768
- Instantie
Rechtbank Groningen
- Datum
21 oktober 2009
- Magistraten
Mr. I. Tubben
- Zaaknummer
92092 / HA ZA 07-165
- LJN
BK4768
- JCDI
JCDI:ADS873803:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBGRO:2009:BK4768, Uitspraak, Rechtbank Groningen, 21‑10‑2009
- Wetingang
Essentie
Toepasselijkheid boetebeding in faillissement. Vordering onder opschortende voorwaarde of toekomstige vordering. Boetebeding.
Kwalificeert de boete uit hoofde van een boetebeding als een bestaande of als een toekomstige vordering?
Samenvatting
Tussen Maas Shipyard Waterhuizen (‘MSW’) en Orinoco is een overeenkomst gesloten ter zake van de bouw van een schip. In de overeenkomst is een boetebeding opgenomen welk beding bepaalt dat MSW in geval van vertraging in de oplevering van het schip € 1.200 aan boete per dag tot aan de dag van oplevering verschuldigd is. Het boetebeding is vervolgens tussen partijen in hoogte en wat betreft ingangsdatum aangepast. Op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.