Smartengeld
Einde inhoudsopgave
Smartengeld 1998/5.2.3:5.2.3 Tussenbalans
Archief
Smartengeld 1998/5.2.3
5.2.3 Tussenbalans
Documentgegevens:
prof. mr. S.D. Lindenbergh, datum 21-06-1998
- Datum
21-06-1998
- Auteur
prof. mr. S.D. Lindenbergh
- JCDI
JCDI:BSD72503:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het begrip 'aantasting van de persoon op andere wijze' in artikel 6:106 lid 1 onder b (slot) kan worden benaderd door een vergelijking met de andere twee daar genoemde persoonsaantastingen, te weten lichamelijk letsel en schending van eer en goede naam. Twee hoofdcategorieën van gevallen dienen zich aan: gevallen van psychische schade die dermate ernstig is dat zij kan worden aangemerkt als 'ziekte' en gevallen van schending van persoonlijkheidsrechten. Bij de eerste categorie staat de ernst van de gevolgen die zich bij de gelaedeerde manifesteren centraal en vormen die het aanknopingspunt voor het antwoord op de vraag of kan worden gesproken van een persoonsaantasting in de zin van artikel 6:106. Bij de tweede categorie speelt de ernst van de gevolgen een meer nevengeschikte rol. Daarbij dient mede aan de hand het gewicht van het getroffen belang en de aard en ernst van de normschending te worden bezien of sprake is van een aantasting van de persoon die een recht op smartengeld rechtvaardigt.