Wie heeft de leiding?
Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/8.3:8.3 Aanbevelingen
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/8.3
8.3 Aanbevelingen
Documentgegevens:
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS613683:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het voorgaande volgt dat de nieuwe eigendomsregeling niet compleet is en op sommige onderdelen dogmatisch niet juist is. Hoewel in de diverse (deel)conclusies als ook in de onderhavige samenvatting al diverse aanbevelingen zijn verwoord, geef ik hieronder volledigheidshalve het volgende overzicht van aanbevelingen:
neem zowel in artikel 5:20, tweede lid BW als in artikel 1, sub e Wion dezelfde omschrijving op van het begrip 'net' en wijzig in ieder geval laatstgenoemd artikel zodanig dat huisaansluitingen 'wel' weer onder de omschrijving van artikel 1, sub e Wion vallen en sluit met betrekking tot huisaansluitingen de toepasselijkheid van diverse artikelen van de Wion uit die gaan over de verplichte informatie-uitwisseling;
tref een voorziening voor lege mantelbuizen in de zin dat i) de omschrijving in artikel 1.1 sub z Tw wordt gewijzigd; of ii) het mogelijk wordt om een mantelbuis te splitsen in appartementsrechten; of iii) het woord 'grond' in artikel 5:20, tweede lid BW wordt vervangen door 'onroerende zaak';
verplicht (alsnog) de eerste 'kadastrering' van de aanleg van een net door de liggingsgegevens die in het kader van de Wion worden gegenereerd te 'hergebruiken' zodat een eerste aanzet gegeven kan worden voor de volledige registratie van netten in de openbare registers;
verklaar artikel 12, tweede lid van de Maatregel teboekstelling Schepen 1992 van overeenkomstige toepassing zodat duidelijk is wanneer sprake is van de daadwerkelijke aanvang van de aanleg van een net. Geef tevens daarbij aan of de voltooiing van de aanleg van het net ingeschreven moet worden in de openbare registers;
verduidelijk of netten die volledig in eigen grond zijn aangelegd (ook) als zelfstandige onroerende zaken moeten worden beschouwd, en zo ja, breng dit dan tot uiting door i) aan artikel 3:4 BW een nieuw derde lid toe te voegen waarin geregeld is dat een net niet als bestanddeel van de grond (of: een onroerende zaak) waarin, waarop of waarboven het is aangelegd, beschouwd kan worden, met tevens een aanpassing van artikel 5:20 tweede lid BW (= het schrappen van de woorden `van anderen ); of door ii) de woorden 'van anderen' te schrappen in artikel 5:20, tweede lid BW, met tevens de toevoeging van een zin (of een nieuw artikellid) aan artikel 5:20, tweede lid BW met de strekking dat wanneer een net in de grond is of wordt aangelegd een apart of zelfstandig eigendomsrecht ten aanzien van dat net ontstaat; of iii) tijdens de evaluatie van de nieuwe regeling te bevestigen dat het ook de bedoeling (van de wetgever) is geweest om de nieuwe eigendomsregeling — ondanks de formulering van het tweede lid — van toepassing te laten zijn op netten die volledig in eigen grond zijn aangelegd;
schrap het bevoegdheidsvereiste uit artikel 5:20, tweede lid BW en leg dit vereiste vast in een nieuwe bepaling in titel 5.4 BW;
schrap in artikel 5:20, tweede lid BW de passage 'dan wel diens rechtsopvolger' aangezien deze passage niet relevant is voor de eigendomsregeling zelf;
bepaal in titel 5.4 BW of en zo ja, wat de exclusieve ruimte van de neteigenaar boven en onder zijn net is;
bepaal dat netten, of in het bijzonder, mantelbuizen gesplitst kunnen worden in appartementsrechten (zie verder onder 2);
wijzig artikel 6:174, tweede lid BW in die zin dat in ieder geval de leidingbeheerder dan wel de neteigenaar in beginsel ook aansprakelijk is/zijn voor het gedeelte van een net dat zich in de opstal bevindt tot aan het aansluitpunt;
voeg aan titel 5.4 BW bepalingen toe waarin de wederzijdse rechten en plichten tussen grondeigenaar en neteigenaar onderling nader geregeld worden;
hevel artikel 3 Wion over naar titel 5.4 BW of pas artikel 5:37 BW aan zodat de hinderbepaling tussen netbeheerders ook in het burenrecht wordt geregeld;
laat de KNB richtlijnen opstellen over hoe (en met welke bewijzen/hulpmiddelen/ deskundigen) de notaris kan beoordelen dat sprake is van een zelfstandige en functionele eenheid (of: bevoegde aanleg), wanneer de mededelingen of bewijzen van de aanlegger hierover geen uitsluitsel (kunnen of lijken te) geven;
bepaal bij wet of de openbaarheid van nettekeningen beperkt kan worden in het kader van de openbare orde en veiligheid;
stimuleer één centrale registratie van liggingsgegevens in het kader van de Wion en laat op termijn de registratie van eigendom van netten samengaan met de centrale registratie van liggingsgegevens.
De voorgestelde aanpassingen zullen het volgende effect hebben op de tekst van de eigendomsregeling zoals vastgelegd in artikel 5:20, tweede lid. De huidige tekst van artikel 5:20, tweede lid BW is:
In afwijking van lid 1 behoort de eigendom van een net, bestaande uit een of meer kabels of leidingen, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie, dat in, op of boven de grond van anderen is of wordt aangelegd toe aan de bevoegde aanlegger van dat net dan wel aan diens rechtsopvolger.
De tekst zou worden:
In afwijking van lid 1 behoort de eigendom van een net, bestaande uit een of meer kabels of leidingen, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie, dat in, op of boven een onroerende zaak is of wordt aangelegd toe aan de aanlegger van dat net.
De voorgestelde aanvulling en aanpassing van titel 5.4 BW:
Ter zake van de rechten en verplichtingen tussen grond- en neteigenaar, alsmede tussen twee neteigenaren is voorgesteld om diverse algemene bepalingen toe te voegen aan titel 5.4. waardoor mogelijk sommige sector specifieke bepalingen (in vooral de Tw en Bwp) kunnen vervallen. In de bijlage is een voorstel voor zulke bepalingen, inclusief een toelichting, nader uitgeschreven.