Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/3.3.1
3.3.1 Wettelijke structuur van de commanditaire vennootschap naar Duits recht
Mr. A.J.S.M. Tervoort, datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS446214:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Wiedemann (2004), p. 30, Schücking in Gummert/Weipert I (2009), § 1, aant. 16, Kessler & Schiffers in Müller/Hoffmann (2009), p. 3.
Kessler & Schiffers in Müller/Hoffmann (2009), p. 5. Deze kwalificatie doet er overigens niet aan af dat zij sinds 1998 een niet-commercieel doel mag hebben. Zij kan ook als holdingvennootschap of als special purpose vehicle optreden. Zie Schmidt (2002), p. 1532- 1533.
Wanneer niet anders is vermeld verwijzen de wetsartikelen die in dit onderdeel 3.3. worden genoemd naar het Handelsgesetzbuch.
In plaats van geld kunnen op geld waardeerbare vermogensbestanddelen worden ingebracht. Zie voor de waarderingsperikelen die dit met zich kan brengen: Wiedemann (2004), p. 805- 806.
Baumbach/Hopt (2012), § 171, aant. 1, Wiedemann (2004), p. 797-800.
Töpfer (2007), p. 284.
Grunewald (2000), p. 131-137, Schmidt (2002), p. 1567-1575, Baumbach/Hopt (2012), § 171, aant. 6 en § 172, aant. 1.
Grunewald (2000), p. 138, Schmidt (2002), p. 1567, Strohn in Ebenroth/Boujong/Joost/ Strohn (2008), § 171, aant. 4.
Schmidt (2002), p. 1535-1536, Wiedemann (2004), p. 770.
Schmidt (2002), p. 1311, Gummert in Gummert/Weipert II (2009), § 1, aant. 10, Baumbach/ Hopt (2012), § 161, aant. 3, Binz & Sorg (2010), p. 4.
Meyer (2000), p. 90-100, Schmidt (2002), p. 1623, Baßler (2009), p. 9-14, Gummert in Gummert/Weipert II (2009), § 49, aant. 1-6, Baumbach/Hopt (2012), Anhang nach § 177a, aant. 4, Binz & Sorg (2010), p. 3-5.
RG 4.7.1922, RGZ 105, p. 101 (Hanseatische Motorengesellschaft mbH & Co.).
Gummert in Gummert/Weipert II (2009), § 49, aant. 6. Overigens ondervindt de in de Kapitalgesellschaft & Co. KG belichaamde ‘Grundtypvermischung’ bij sommige schrijvers nog steeds de nodige weerstand: zie Schmidt (2002), p. 162 en Gummert in Gummert/ Weipert II (2009), § 49, aant. 1. De term ‘Grundtypvermischung’ is voor het eerst gebruikt door Zielinski, een vroege verdediger van de mogelijkheid dat kapitaalvennootschappen de rol van gecommanditeerde vennoot op zich nemen. Zie Zielinski (1925), p. 72-99.
Buß in Sudhoff (2005), p. 110-111, Joost & Lutz in Ebenroth/Boujong/Joost/Strohn (2008), § 164, aant. 2-3, Schücking in Gummert/Weipert I (2009), § 3, aant. 19, Von Ditfurth in Gummert/Weipert I (2009), § 7, aant. 8-10, Wirth in Gummert/Weipert II (2009), § 7, aant. 15-18, Stengel in Müller/Hoffmann (2009), p. 157-158.
Wirth in Gummert/Weipert II (2009), § 7, aant. 17.
De uitkomst van deze discussie is met name door het werk van Flume beslissend beïnvloed. Zie Flume (1977), in het bijzonder p. 50-124, waarover Schmidt (2002), p. 197-198.
Schmidt (2002), p. 182-185, p. 206-213 en p. 1532, Wiedemann (2004), p. 8-16, Baumbach/ Hopt (2012), Einleitung vor § 105, aant. 12, § 124, aant. 1-3, Sauter in Müller/Hoffmann (2009), p. 121-123.
Handelsrechtreformgesetz van 22 juni 1998, Bundesgesetzblatt 1998 Deel I, nr. 38, p. 1474.
Baumbach/Hopt (2012), Einleitung vor § 105, aant. 6, § 109, aant. 2-3 en § 163, aant. 1, Kessler & Schiffers in Müller/Hoffmann (2009), p. 3-4, Stengel in Müller/Hoffmann (2009), p. 142-143. Zie in het bijzonder ook art. 163, waarover hierna meer.
Van Randenborgh in Sudhoff (2005), p. 5-6, Bärwaldt & Wisniewski in Müller/Hoffmann (2009), p. 711-715. Zie voor de verschillende fusiemogelijkheden art. 3 Umwandlungsgesetz, waarover gedetailleerd Kallmeyer (2001), p. 24-33, Stengel in Semler/Stengel (2007), § 3, aant. 14-17, Schmitt/Hörtnagel/Stratz (2009), § 3, aant. 7-12. Voor de verschillende splitsingsmogelijkheden: art. 124 Umwandlungsgesetz, waarover gedetailleerd Kallmeyer (2001), p. 506-511, Stengel & Schwanna in Semler/Stengel (2007), § 124, aant. 1-4, Schmitt/Hörtnagel/Stratz (2009), § 124, aant. 3-8 en in het Nederlandse taalgebied: Koster (2009), p. 91-96.
Art. 191 Umwandlungsgesetz. Zie hierover gedetailleerd Kallmeyer (2001), p. 682-689, Stengel in Semler/Stengel (2007), § 191, aant. 1-3, Schmitt/Hörtnagel/Stratz (2009), § 191, aant. 4-8. Zie over omzetting als rechtsvormwijziging bij Nederlandse personenvennootschappen in de inmiddels ingetrokken wetsvoorstellen 28 746 en 31 065: Snijder-Kuipers (2010), p. 254-281.
Art. 226 en 228 Umwandlungsgesetz. Zie hierover gedetailleerd Kallmeyer (2001), p. 919- 928, Stengel in Semler/Stengel (2007), § 226, aant. 1-8 en § 228, aant. 7-27, Schmitt/ Hörtnagel/Stratz (2009), p. 939-945.
Braun & Jöckel (2011), p. 149-152, Dubarry & Flume (2012), p. 128-148.
De Duitse pendant van de Nederlandse commanditaire vennootschap is de Kommanditgesellschaft, veelal afgekort tot ‘KG’. De Kommanditgesellschaft behoort tot de Personengesellschaften, waarvan de Duitse equivalent van onze maatschap, de Gesellschaft bürgerlichen Rechts, de grondvorm is.1 Samen met de offene Handelsgesellschaft, te vergelijken met onze vennootschap onder firma, vormt de Kommanditgesellschaft de categorie van de Personenhandelsgesellschaften.2 De wettelijke regeling van de Kommanditgesellschaft kent, net als in het Nederlandse recht, een gelaagde structuur. De Kommanditgesellschaft zelf wordt geregeld in art. 161 tot en met art. 177a van het Handelsgesetzbuch, doorgaans afgekort tot ‘HGB’.3 Volgens art. 161 lid 2 zijn daarnaast de in art. 105 tot en met 160 opgenomen bepalingen voor de offene Handelsgesellschaft op de Kommanditgesellschaft van toepassing, voor zover de specifiek voor de Kommanditgesellschaft geschreven bepalingen geen afwijkende regeling bevatten. Krachtens art. 105 zijn, onder hetzelfde voorbehoud, op de offene Handelsgesellschaft en daarmee op de Kommanditgesellschaft van toepassing de wettelijke bepalingen over de Gesellschaft bürgerlichen Rechts. Deze bepalingen zijn opgenomen in art. 705 tot en met 740 van het Bürgerliches Gesetzbuch, het Duitse Burgerlijk Wetboek. Evenals in het Nederlandse recht bestaat een Kommanditgesellschaft volgens art. 161 lid 1 uit één of meer onbeperkt aansprakelijke en zo er meer zijn, hoofdelijk verbonden vennoten en één of meer beperkt aansprakelijke vennoten. Deze laatste wordt de Kommanditist genoemd en is, anders dan naar Nederlands recht, krachtens art. 171 lid 1 rechtstreeks jegens derden verbonden. Deze verbondenheid is evenwel beperkt tot het bedrag waartoe hij zich bij het vennootschapscontract heeft verbonden. Dat is niet noodzakelijkerwijze hetzelfde bedrag als dat van zijn inbreng in de vennootschap: in Duitsland wordt een onderscheid gemaakt tussen de Pflichteinlage, het bedrag4 dat de commanditair krachtens art. 171 lid 1 verplicht is in te brengen en dat deel uitmaakt van het eigen vermogen van de vennootschap, en de Haftsumme, het krachtens art. 172 lid 1 in het Handelsregister te publiceren maximale bedrag waarvoor hij jegens derden aansprakelijk is.5 Doorgaans zijn beide bedragen aan elkaar gelijk, maar daarvan kunnen partijen afwijken. Te denken is aan een commanditaire deelneming in een onderneming die normaliter niet veel werkkapitaal behoeft maar jegens derden wel een grote soliditeit wil kunnen tonen, zoals in de verzekeringsbranche: dan beloopt de Haftsumme een hoger bedrag dan de Pflichteinlage. Omgekeerd is te denken aan een commanditaire vennootschap die wel veel werkkapitaal behoeft maar jegens derden kan volstaan met een laag bedrag aan garantiekapitaal: dan kan de Haftsumme op een lager bedrag worden gesteld dan de Pflichteinlage.6Indien de commanditair zijn Haftsumme volledig als Pflichteinlage in de commanditaire vennootschap heeft ingebracht, dan is hij volgens art. 171 lid 2 tweede zinsdeel van iedere aansprakelijkheid jegens derden bevrijd.7 Mocht de commanditair rechtstreeks door een vennootschapscrediteur worden aangesproken, dan heeft hij op grond van het bepaalde in art. 110 regres op de gecommanditeerde vennoten voor al hetgeen hij tot het maximum van de Haftsumme aan de crediteur heeft betaald, verminderd met het door hem eventueel niet-voldane gedeelte van de Pflichteinlage.8 Mede in verband met dit onderscheid moeten krachtens art. 162 lid 1 de namen, adressen en geboortedata van de Kommanditisten door inschrijving in het Handelsregister openbaar worden gemaakt.9 Niet alleen natuurlijke personen kunnen vennoot zijn, maar ook rechtspersonen. Dat geldt niet alleen voor de functie van Kommanditist maar ook voor die van gecommanditeerd vennoot.10 Dat een kapitaalvennootschap kan optreden als gecommanditeerd vennoot is als sluitstuk van een lange ontwikkeling in de doctrine11 al in 1922 door de rechtspraak aanvaard12 en later ook in de wetgeving erkend.13 Een opvallend kenmerk van de structuur van de Kommanditgesellschaft is het beginsel van de Selbstorganschaft. Dit verschijnsel houdt in dat slechts (rechts)personen die vennoot zijn met het bestuur van de vennootschap kunnen worden belast.14 De achtergrond hiervan is de idee dat de bestuursmacht niet behoort te berusten bij een persoon die niet de last van de onbeperkte aansprakelijkheid draagt. Dit beginsel sluit overigens niet uit dat de vennoten grote delen van de bestuurstaak aan een niet-vennoot delegeren,15 zodat de praktische betekenis ervan beperkt is. De Kommanditgesellschaft is geen rechtspersoon, maar zij kan krachtens art. 124 wel onder eigen naam rechten en verplichtingen aangaan, eigendom verwerven, ook van onroerende zaken, en zowel eisende als verwerende als procespartij optreden. In die zin wordt de Kommanditgesellschaft – na een lange discussie in de doctrine16 – thans gezien als méér dan de in vennootschappelijk verband optredende gezamenlijkheid van de vennoten: hoewel geen rechtspersoon, wordt zij aangemerkt als rechtssubject.17 Interessant is een wijziging die in 1998 is aangebracht in de wettelijke bepaling die de gevolgen van het uittreden van een vennoot regelt.18 Gold voorheen het traditionele uitgangspunt dat de vennootschap wordt ontbonden indien een vennoot uittreedt, sindsdien is de regel omgekeerd en wordt volgens art. 131 de vennootschap bij het uittreden van een vennoot voortgezet tussen de overblijvende vennoten.19 Overigens kunnen partijen anders overeenkomen: een van de kenmerkende eigenschappen van het Duitse personenvennootschapsrecht is dat het in hoge mate het karakter heeft van aanvullend recht.20 Een interessant aspect van de rechtsvorm van de Kommanditgesellschaft is ook dat zij krachtens het Umwandlungsgesetz ruime mogelijkheden kent tot juridische fusie en (af)splitsing. Niet alleen kan de Kommanditgesellschaft fuseren met of zich splitsen in andere Kommanditgesellschaften of andere Personenhandelsgesellschaften, maar daarnaast kan zij fuseren met of zich splitsen in kapitaalvennootschappen en andere rechtspersonen zoals de coöperatie en de vereniging. Daarbij kan zij de verkrijgende, (af)splitsende of verdwijnende vennootschap zijn.21 Bovendien staat het haar op basis van het Umwandlungsgesetz vrij zich om te zetten in een kapitaalvennootschap.22 Ook het omgekeerde is mogelijk.23 Als laatste is te wijzen op een boeiende recente ontwikkeling in de Duitse doctrine: bepleit wordt de introductie van een nieuwe rechtsvorm, de handelsonderneming met beperkte aansprakelijkheid, die opgezet zou moeten worden als een Kommanditgesellschaft zonder gecommanditeerde vennoot.24