Procesrecht in arbeidszaken
Einde inhoudsopgave
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/12.13.5:12.13.5 De (formulering van de) vordering
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/12.13.5
12.13.5 De (formulering van de) vordering
Documentgegevens:
Peter Jansen, datum 30-04-2024
- Datum
30-04-2024
- Auteur
Peter Jansen
- JCDI
JCDI:ADS982388:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 12.3.6 is besproken dat bepaalde vorderingen in kort geding niet toewijsbaar zijn. Het gaat dan om vorderingen die gericht zijn op een definitieve vaststelling van de rechtsverhouding tussen partijen, zoals een verklaring voor recht of de vernietiging van een concurrentiebeding.
Daarnaast is het van groot belang dat een vordering in kort geding duidelijk, concreet en nauwkeurig wordt geformuleerd. Het komt nog met enige regelmaat voor dat een vordering in kort geding onduidelijk wordt geformuleerd, dan wel te ruim of te beperkt, waardoor die vordering alleen al daarom niet toewijsbaar is, niet effectief is of niet ten uitvoer kan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.