NJB 2024/2145
Aanwezigheidsrecht en verstekverlening, art. 6 EVRM: in casu niet begrijpelijke beslissing dat met de behandeling van de zaak van de niet verschenen verdachte buiten zijn aanwezigheid zal worden voortgegaan. Daartoe telt in het bijzonder dat (i) in de dagvaarding wordt gesproken van een ‘rolzitting’ die ‘is bedoeld om u in de gelegenheid te stellen alsnog uw bezwaren op te geven tegen het vonnis, waarna de behandeling van uw strafzaak direct zal worden aangehouden tot een nadere datum waarop uw strafzaak inhoudelijk behandeld zal worden’ en (ii) de verdachte al voorafgaand aan die zitting zijn bezwaren met een appelschriftuur had opgegeven.
HR 08-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1392
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
22/02289
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1392, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:875, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑09‑2024
- Wetingang
(art. 6 EVRM)
Essentie
Aanwezigheidsrecht en verstekverlening, art. 6 EVRM: in casu niet begrijpelijke beslissing dat met de behandeling van de zaak van de niet verschenen verdachte buiten zijn aanwezigheid zal worden voortgegaan. Daartoe telt in het bijzonder dat (i) in de dagvaarding wordt gesproken van een ‘rolzitting’ die ‘is bedoeld om u in de gelegenheid te stellen alsnog uw bezwaren op te geven tegen het vonnis, waarna de behandeling van uw strafzaak direct zal worden aangehouden tot een nadere datum waarop uw strafzaak inhoudelijk behandeld zal worden’ en (ii) de verdachte al voorafgaand aan die zitting zijn bezwaren met een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.