Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie
Einde inhoudsopgave
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie (SteR nr. 45) 2019/3.4.3.3:3.4.3.3 Het arrest CZ/Schreurs
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie (SteR nr. 45) 2019/3.4.3.3
3.4.3.3 Het arrest CZ/Schreurs
Documentgegevens:
S.A.L. van de Sande, datum 01-02-2019
- Datum
01-02-2019
- Auteur
S.A.L. van de Sande
- JCDI
JCDI:ADS504899:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 26 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5955, NJ 2000/472 m.nt. A.R. Bloembergen (CZ/Schreurs).
HR 30 januari 1987, NJ 1988/89 m.nt. M. Scheltema (Blaricum/Roozen).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het geschil in het arrest CZ/Schreurs draaide om de afwijzing van het verzoek van Schreurs om poliklinische uren met terugwerkende kracht op haar naam te erkennen en de afwijzing van het verzoek om met haar een medewerkersovereenkomst aan te gaan voor dertig uur per week.1 Eerstgenoemde afwijzing had formele rechtskracht verkregen, terwijl laatstgenoemde afwijzing was vernietigd. Om aan de formele rechtskracht van de eerste afwijzing te ontkomen, stelde Schreurs dat daarin een informatieverstrekking besloten lag die onrechtmatig was in het licht van de vernietiging van de tweede afwijzing. Hierbij deed Schreurs een beroep op het – hierna in de paragrafen 3.4.5.2 en 5.3 te bespreken – arrest Blaricum/Roozen, waarin de onrechtmatigheid van informatieverstrekking werd afgeleid uit de latere vernietiging van een besluit door de Afdeling rechtspraak. De Hoge Raad oordeelde in het arrest Blaricum/Roozen dat de desbetreffende onjuiste informatieverstrekking ‘zo zeer nabij kwam’ bij een beschikking waarbij een bouwvergunning wordt geweigerd, dat het daarmee voor de beoordeling van de onrechtmatigheid en schuld moest worden gelijkgesteld.2 Volgens Schreurs volgt voor haar geval uit het arrest Blaricum/Roozen dat CZ aansprakelijk is jegens haar op de grond dat CZ zich op een onjuist standpunt heeft gesteld en Schreurs onjuist over haar rechten heeft ingelicht. De Hoge Raad volgt haar hierin niet, omdat haar betoog eraan voorbijgaat dat het in de zaak Blaricum/Roozen ging om afzonderlijke, naast de vernietigde beschikking gegeven inlichtingen die in het licht van de uitspraak van de Afdeling rechtspraak onjuist waren. In de zaak CZ/Schreurs was echter geen sprake van informatie die onjuist was naast de vernietigde beschikking. De eerste afwijzing betrof een zelfstandige (appellabele) beschikking, waartegen niet was opgekomen. Uit het arrest CZ/Schreurs volgt dan ook dat de regel van de arresten Staat/Bolsius en Staat/Van Benten niet mag worden doorgetrokken naar de gevallen waarin het besluit zelf op onjuiste uitgangspunten is gebaseerd. In een dergelijk geval geldt de formele rechtskracht, die zich immers primair uitstrekt over de inhoud van het genomen besluit, onverkort. Waar in Staat/Van Benten werd gesproken over inlichtingen die onafhankelijk van de inhoud van de beschikking onrechtmatig waren, wordt in CZ/Schreurs overwogen dat het moet gaan om afzonderlijke inlichtingen die naast de vernietigde beschikkingen zijn gegeven.