Aanvullen van subjectieve rechten
Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/5.2.3:5.2.3 Stroming 2: Rechtsfilosofen en het belang van het rechtsobject
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/5.2.3
5.2.3 Stroming 2: Rechtsfilosofen en het belang van het rechtsobject
Documentgegevens:
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS300437:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Honoré 1960, p. 463–464 (cursivering in het origineel).
Campbell 1992, p. 88.
Penner 1996, p. 808; Penner 2011, p. 275.
Penner 1997, p. 75. Zie voor een soortgelijk voorbeeld Penner 2013, p. 265.
Zie in deze zin Schroeder 1994, p. 292; Douglas & McFarlane 2013, p. 222.
Munzer 2011, p. 268; Glackin 2014, p. 9.
Honoré 1961.
Penner 1996, p. 711, 714.
Schlag 2015, p. 223.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
156. Terwijl de Amerikaanse doctrine nog lange tijd onder invloed stond van het Legal Realism, hadden ‘traditionele’ rechtswetenschappers in Engeland de vrijheid om op een meer systematische manier na te denken over subjectieve rechten. Eén van de onderwerpen waar zij zich mee bezighielden was het onderscheid tussen goederenrechtelijke rechten en andere subjectieve rechten. De Engelse rechtshistoricus en rechtsfilosoof Honoré merkte in dat kader op dat er geen strikte tegenstelling bestaat tussen de opvatting dat een goederenrechtelijk recht een recht ‘op’ een rechtsobject is en een bundel juridische posities die gelden in de relaties tussen personen:
“When a person has a right to exclude others generally from tangible property or from interfering with the exercise of a right over tangible property he stands, legally, in a special relation to the property. It is entirely natural and unobjectionable to call his right a right to the thing or to the use of a thing or over a thing. Yet we would not say a person had a right to a thing unless he was protected by claims excluding persons generally from interfering with it. A right to a thing or its use or over a thing is protected by claims against persons but is not to be identified with them. When we think of the purpose for which the right is given, we think of the holder's relation to the thing. When we think of the mode of protection, we think of his relations to other persons. The two are complementary.”1
157. Honoré maakt hier duidelijk dat bij het omschrijven van een goederenrechtelijk recht zowel kan worden gekeken naar het rechtsobject als naar de juridische posities die de gerechtigde inneemt in relatie tot anderen. De integratie van deze twee aspecten – goederenrechtelijke rechten bestaan uit juridische posities die verwijzen naar een rechtsobject – komt pas later en via een omweg. Het artikel van Honoré gaat over het vervreemden van goederenrechtelijke rechten. Eén van de punten die hij in dit kader maakt, wordt in de latere literatuur opgepikt: een goederenrechtelijk recht kan blijven bestaan, ook al verwisselen de mensen tegen wie het kan worden ingeroepen.2 Vooral de Engelse rechtsfilosoof Penner heeft erop gewezen dat dit alleen mogelijk is omdat de personen tegen wie het goederenrechtelijke recht wordt ingeroepen niet worden bepaald door hun relatie tot de gerechtigde, maar hun verhouding tot het rechtsobject. Het rechtsobject ‘medieert’ de verhouding tussen de gerechtigde en zijn wederpartij.3 Zo hoeft iemand die over een parkeerplaats loopt de eigenaren van de daar geparkeerde auto’s niet te kennen om te weten dat hij geen inbreuk mag maken op hun eigendomsrechten.4 Voor het kunnen omschrijven van de juridische posities die de gerechtigde inneemt in relatie tot anderen, moet het rechtsobject waarop die juridische posities zien dus worden gedefinieerd.5 Daaruit blijkt dat de manier waarop goederenrechtelijke rechten worden omschreven anders is dan dat geldt voor andere subjectieve rechten.
158. Vanuit rechtsfilosofische hoek is ook geprobeerd om goederenrechtelijke rechten op basis van hun inhoud te onderscheiden van andere subjectieve rechten. Het idee daarbij was om aan te geven welke eigenschappen typisch zijn voor goederenrechtelijke rechten en om zo het model van Hohfeld aan te vullen.6 De bekendste poging hiertoe is gedaan door (wederom) Honoré.7 Hij inventariseerde de typen juridische posities die men verwacht terug te vinden bij een goederenrechtelijk recht: ‘claims’ die zorgen voor bescherming van het (exclusieve) bezit, gebruik, beheer en de vruchttrekking van het goed, ‘powers’ om te verkopen, na te laten bij versterf, te bezwaren met beperkte rechten en om afstand te doen, ‘liberties’ om te consumeren of te vernietigen, een ‘immunity’ van onteigening zonder adequate vergoeding, een ‘duty’ om niet te gebruiken op een manier die anderen onredelijk benadeelt en een ‘liability’ om getroffen te worden door verhaalsmaatregelen. De gedachte is dat hoe meer van deze posities aanwezig zijn, des te groter de kans is dat een recht goederenrechtelijk is.
159. De door Honoré geboden oplossing lijkt op het eerste gezicht te bevredigen, maar dat is slechts schijn. De oplossing is – net als het model van Hohfeld – puur beschrijvend. Het laat zien wat een goederenrechtelijk recht is door aan te geven dat een goederenrechtelijk recht aan een aantal kenmerken voldoet, zonder uit te leggen waarom een goederenrechtelijk recht aan die kenmerken zou moeten voldoen.8 Het probleem wordt dus in feite verplaatst, door te zeggen dat de definitie van een goederenrechtelijk recht is dat het bestaat uit een aantal kleinere onderdelen – de juridische posities.9 Deze oplossing valt daarom ten prooi aan de ‘disintegration of property’ (zie randnummer 154): omdat deze kleinere onderdelen ook weer (oneindig) kunnen worden opgesplitst, blijft er niets over om goederenrechtelijke rechten te onderscheiden van andere subjectieve rechten. Om de inhoud van goederenrechtelijke rechten te kunnen verklaren, is dus nodig dat méér wordt gedaan dan enkel het omschrijven van eigenschappen die vaak bij goederenrechtelijke rechten aanwezig zijn. Er moet worden gezocht naar de reden waarom deze eigenschappen aanwezig zijn.