Rb. Rotterdam, 15-04-2020, nr. C/10/572221 / HA ZA 19-354
ECLI:NL:RBROT:2020:3643
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
15-04-2020
- Zaaknummer
C/10/572221 / HA ZA 19-354
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Internationaal publiekrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBROT:2020:3643, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 15‑04‑2020; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2023:15
ECLI:NL:RBROT:2020:1473, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 19‑02‑2020; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
- Vindplaatsen
Uitspraak 15‑04‑2020
Inhoudsindicatie
Twee verzoeken om herstel; 1 afgewezen (leent zich niet voor), 1 toegewezen (verweren daartegen gemotiveerd verworpen).
Partij(en)
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/572221 / HA ZA 19-354
Vonnis van 15 april 2020
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
V MARINE FUELS B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. R.P. van Campen te Amsterdam,
tegen
1. de rechtspersoon naar buitenlands recht
ZODIAC MARITIME LTD,
gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,
2. de rechtspersoon naar buitenlands recht
DEXHON SHIPPING INC,
gevestigd te Tortola, Britse Maagdeneilanden
gedaagden in conventie,
eiseressen in reconventie,
advocaat mr. M.M. van Leeuwen te Rotterdam.
Eiseres zal hierna V Marine genoemd worden. Gedaagden zullen gezamenlijk Zodiac c.s. genoemd worden.
1. De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het eindvonnis van 19 februari 2020 (hierna: het vonnis) en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de brief van mr. Van Leeuwen van 20 februari 2020;
- de brief van mr. Van Campen van 3 maart 2020;
- de brief van mr. Van Leeuwen van 17 maart 2020.
2. De beoordeling
Het verzoek van Zodiac c.s.
2.1.1. In de brief van 20 februari 2020 hebben Zodiac c.s. het standpunt ingenomen dat het vonnis op een misslag berust die direct van invloed is op de uitkomst. De brief wordt afgesloten met de volgende passage:
“[…] De vraag onder artikel 31 Rv. is dan uitsluitend of die [kennelijke fout] eenvoudig te herstellen is. Als u meent dat dit niet het geval is dan hoor ik dat graag […]”
2.1.2. In de brief van 3 maart 2020 heeft V Marine zich verzet tegen aanpassing van het vonnis vanwege de door Zodiac c.s. gestelde misslag, omdat geen sprake is van een kennelijke foute die zich leent voor eenvoudig herstel.
2.1.3. De rechtbank oordeelt als volgt.
2.1.4. Veronderstellenderwijs aangenomen dat het vonnis een kennelijke fout bevat – de rechtbank laat dit verder in het midden –, is in elk geval geen sprake van een kennelijke fout die zich leent voor eenvoudig herstel op grond van artikel 31 Rv. Uit de toelichting van Zodiac c.s. blijkt dat het hen niet zo zeer te doen is om een kennelijke fout in een vastgesteld feit, maar om de gevolgen die de rechtbank daaraan heeft verbonden en om een andere gewenste uitkomst van het geschil. Dat is niet een situatie waarvoor artikel 31 Rv geschreven is; dit is een debat dat partijen in hoger beroep kunnen voeren.
2.1.5. Het verzoek van Zodiac c.s. is ook niet zo zeer het vonnis te verbeteren, maar te bezien (en te laten weten) of het een kwestie betreft die zich leent voor verbetering op grond van 31 Rv. Het antwoord daarop is nee. Voor zover in de brief een verzoek tot verbetering moet worden gelezen, wordt dat verzoek dus afgewezen.
Het verzoek van V Marine
2.2.2.2.1. In de brief van 3 maart 2020 heeft V Marine niet alleen gereageerd op de brief van Zodiac c.s., maar ook een eigen verzoek gedaan, strekkende tot aanvulling van de beslissing van het vonnis op grond van artikel 31 of 32 Rv. In het lichaam van het vonnis is wettelijke rente toegewezen (rechtsoverweging 4.10), maar deze toewijzing is niet opgenomen in de beslissing. V Marine verzoekt dat alsnog te doen.
2.2.2. In de brief van 17 maart 2020 hebben Zodiac c.s. laten weten het verzoek van V Marine te beschouwen als een verzoek als bedoeld in artikel 32 Rv. Zodiac c.s. stellen zich op het standpunt dat V Marine afstand heeft gedaan van het recht verbetering van het vonnis te vragen, dan wel het recht daartoe heeft verwerkt, omdat het vonnis is betekend met bevel tot betaling en beslagdreiging nadat al hoger beroep was ingesteld. Het belang van rechtszekerheid verzet zich in deze internationale zaak ook tegen inwilliging van het verzoek. Er is geen redelijk processueel of materieel belang bij een aanvulling van het vonnis, omdat de tenuitvoerlegging is geschorst door de voorzieningenrechter. Ook gezien het feit dat er sprake is van een procedure bij het gerechtshof is er minder reden om tot aanvulling van het vonnis over te gaan. Zodiac c.s. hebben niet onrechtmatig gehandeld en zijn dus geen wettelijke rente verschuldigd.
2.2.3. De rechtbank oordeelt als volgt.
2.2.4. De rechtbank verwerpt het betoog dat V Marine afstand zou hebben gedaan van het recht een verzoek te doen tot aanvulling of verbetering van het vonnis. Een expliciete afstandsverklaring is niet gesteld of gebleken. De stelling dat het handelen van V Marine een impliciete afstandsverklaring behelst, vindt geen steun in het recht. Evenmin vindt de stelling dat V Marine haar rechten heeft verwerkt op dit punt, enige steun in het recht. De stelling dat het belang van rechtszekerheid zich verzet tegen het verzoek van V Marine vindt ook geen steun in het recht. Dat er internationale aspecten aan deze zaak zitten, maakt dat niet anders.
2.2.5. De rechtbank verwerpt voorts het betoog dat er geen processueel of materieel belang is bij het opnemen van een veroordeling tot het betalen van wettelijke rente. Als op enig moment de schorsing van de tenuitvoerlegging eindigt, moet immers een juist vonnis ten uitvoer kunnen worden gelegd.
2.2.6. Het niet in de beslissing opnemen van een veroordeling die in het lichaam van het vonnis is aangekondigd, is een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. De rechtbank zal die omissie herstellen. Het betoog van Zodiac c.s. over de juistheid van het oordeel van de rechtbank dat er onrechtmatig is gehandeld, laat de rechtbank verder voor wat het is. Daarover heeft immers niet de rechtbank, maar het gerechtshof te oordelen.
3. De beslissing
De rechtbank
3.1.
bepaalt dat aan het einde van onderdeel 5.1 van het op 19 februari 2020 tussen V Marine en Zodiac c.s. gewezen vonnis na “(honderdvijftigduizend Amerikaanse dollar)” wordt ingevoegd:
“, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 6 november 2014 tot aan de dag der algehele voldoening”
3.2.
bepaalt dat deze invoeging onder de vermelding van de datum 15 april 2020 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 19 februari 2020;
3.3.
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 19 februari 2020 na ontvangst van deze beslissing aan de griffie van de rechtbank te retourneren;
3.4.
wijst af het meer of anders door partijen verzochte.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. J. van den Bos. Het is ondertekend door mr. J.F. Koekebakker, rolrechter, en door deze in het openbaar uitgesproken op 15 april 2020.
1407/2221
Uitspraak 19‑02‑2020
Inhoudsindicatie
Een oliemaatschappij verkocht stookolie aan een bunkeraar, die het verkocht aan een reder, telkens onder eigendomsvoorbehoud. De stookolie gaat fysiek rechtstreeks van de oliemaatschappij naar het schip van de reder. Als de bunkeraar niet betaalt aan de oliemaatschappij, meldt die zich bij de reder. Die is daarna doorgegaan met verbruik van de brandstof. In de gegeven omstandigheden was dat onrechtmatig. Schade schattenderwijs begroot op de waarde van de brandstof die nog niet was verbruikt toen de oliemaatschappij zich meldde. Directe samenhang met ECLI:NL:RBROT:2017:5952.
Partij(en)
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/572221 / HA ZA 19-354
Vonnis van 19 februari 2020
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
V MARINE FUELS B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. R.P. van Campen te Amsterdam,
tegen
1. de rechtspersoon naar buitenlands recht
ZODIAC MARITIME LTD,
gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,
2. de rechtspersoon naar buitenlands recht
DEXHON SHIPPING INC,
gevestigd te Tortola, Britse Maagdeneilanden
gedaagden in conventie,
eiseressen in reconventie,
advocaat mr. M.M. van Leeuwen te Rotterdam.
Eiseres zal hierna V Marine genoemd worden. Gedaagden zullen afzonderlijk Zodiac en Dexhon genoemd worden, en gezamenlijk Zodiac c.s.
1. De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
de dagvaarding van 14 december 2018;
- -
de akte van V Marine van 17 april 2019 met één productie;
- -
de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met 14 producties;
- -
de conclusie van antwoord in reconventie;
- -
het proces-verbaal van comparitie van 9 september 2019, met de daarin genoemde stukken en de tijdens de comparitie door partijen overgelegde aantekeningen;
- -
de brief van 26 september 2019 met opmerkingen over het proces-verbaal van de comparitie van partijen, van Zodiac c.s.;
- -
de akte van 13 november 2019 van Zodiac c.s. met één productie;
- -
de akte van 11 december 2019 van V Marine.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1.
Deze rechtbank heeft op 2 augustus 2017 vonnis gewezen tussen partijen in een geding over in essentie dezelfde materie (onder zaak/rolnummer C/10/518460 / HA ZA 17‑44, ECLI:NL:RBROT:2017:5952). Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld. Het geding in hoger beroep loopt onder zaaknummer 200.227.283. Bij arrest van 15 oktober 2019 heeft het gerechtshof partijen voorgesteld de daar lopende procedure aan te houden totdat de rechtbank in deze zaak eindvonnis heeft gewezen. Daarop hebben beide partijen in deze zaak vonnis gevraagd.
2.2.
De in het vonnis van 2 augustus 2017 vastgestelde feiten in de rechtsoverwegingen 3.1 tot en met 3.14, 3.16 en 3.17 staan ook in deze zaak tussen partijen niet ter discussie en worden dus ook in deze zaak als vaststaand aangenomen. In rechtsoverweging 3.15 is opgenomen dat V Marine geen vordering aanhangig had gemaakt tegen Zodiac c.s., maar dat is in deze zaak alsnog gebeurd en die vaststelling is dus door de tijd ingehaald. Voor de leesbaarheid van dit vonnis citeert de rechtbank hier het vonnis van 2 augustus 2017:
‘3.1.
Dexhon was in 2014 en 2015 eigenaar van het zeeschip [naam zeeschip] ’, Zodiac was “beheerder” of “manager” van dat schip.
3.2.
Zodiac heeft omstreeks 8 oktober 2014 bij OW Bunker (Netherlands) B.V. (hierna: OWB NL) onder meer 570 mt 380 cSt stookolie besteld ten behoeve van de [naam zeeschip] ’, af te leveren in Rotterdam. OWB NL heeft die bestelling bevestigd door middel van een “Sales Order Confirmation” van 8 oktober 2014 […]. Die bevestiging is geadresseerd aan Zodiac, per adres de makelaar via wie de bestelling werd gedaan. In die bevestiging staat onder meer:
(a) dat de koop voor rekening is van “MASTER AND/OR OWNER AND/OR CHARTERERS AND/OR MV FOREST PARK AND/OR ZODIAC [..]”;
(b) dat verkoper is [OWB NL];
(c) dat van toepassing zijn de “OW Bunker Group’s Terms and Conditions of sale(s) for Marine Bunkers” (hierna: OWB-voorwaarden).
Artikel H van de OWB-voorwaarden […] luidt voor zover voor deze beoordeling van belang als volgt:
“H. Title
H.1
Title in and to the Bunkers delivered and/or property rights in and to such Bunkers shall remain vested in the Seller until full payment has been received by the Seller of all amounts due in connection with the respective delivery. The provisions in this section are without prejudice to such other rights as the Seller may have under the laws of the governing jurisdiction against the Buyer or the Vessel in the event of non-payment.
H.2
Until full payment of the full amount due to the Seller has been made and subject to Article G.14 hereof, the Buyer agreed that it is in possession of the Bunkers solely as Bailee for the Seller, and shall not be entitled to use the Bunkers other than for the propulsion of the Vessel, nor mix, blend, sell, encumber, pledge, alienate, or surrender the Bunkers to third party or other Vessel.
H.3
[..]”.
3.3.
OWB NL heeft de betreffende partij van 570 mt 380 cSt stookolie op 13 oktober 2014 ingekocht bij V Marine. Ter zake van die koopovereenkomst hebben zowel V Marine als OWB NL een bevestiging gestuurd […].
In de bevestiging van V Marine aan OWB NL staat onder meer:
(a) dat koper is “BUYER AND/OR MASTER AND/OR OWNER AND/OR MANAGING OWNERS AND/OR OPERATOR AND/OR CHARTERES OF MV “FOREST PARK” AND/OR [OWB NL]”;
(b) dat verkoper is [V Marine];
(c) dat van toepassing zijn de “General conditions of the Dutch association of independent bunker suppliers” (hierna: NOVE-voorwaarden).
In de bevestiging van OWB NL aan V Marine staat onder meer dat de koop voor rekening van OWB NL komt.
Artikel 10 van de NOVE-voorwaarden […] luidt voor zover voor deze beoordeling van belang als volgt:
“10. Title
10.1
Title in and to the Bunkers delivered and/or property rights in and to such Bunkers shall remain vested in the seller until payment has been received by the seller of all amounts due in connection to the respective delivery.
10.2
Until full payment of everything due to the seller, for whatever nature, has been made, the buyer shall not be entitled to use the Bunkers other than for the propulsion of the vessel, nor mix, blend, sell, encumber, pledge, alienate, or surrender the Bunkers to third parties.
10.3
[..]”.
3.4.
V Marine heeft die partij stookolie, namelijk 563,766 mt, op 15 oktober 2014 met het mts ‘ [naam schip] ’ doen afleveren aan boord van de [naam zeeschip] ’ in Rotterdam. Ter zake van die aflevering is op die datum een “Bunker requisition form” […] en een “Bunker delivery note” […] opgemaakt, beide op het papier van OWB NL.
3.5.
OWB NL heeft ter zake van de verkoop en aflevering van de partij stookolie bij factuur van 15 oktober 2014 […] een bedrag van US$ 286.393,13 in rekening gebracht aan:
“M/V FOREST PARK IMO: [nummer]
AND/OR OWNERS/CHARTERERS
Zodiac [..]
London
[..]”.
De factuur vermeldt als “due date” van de koopprijs: 14 november 2014.
3.6.
V Marine heeft ter zake van de verkoop en aflevering van de partij stookolie bij factuur van 15 oktober 2014 […] een bedrag van US$ 272.862,74 in rekening gebracht aan “Master and/or Owner and/or Managing Owners and/or Operators and/or Charterers and/or Buyers of MV “FOREST PARK” and [OWB NL], met vermelding van het adres van OWB NL.
De factuur vermeldt de koopprijs als “due latest by” 5 november 2014.
3.7.
Bij de aankoop door Dexhon of Zodiac en de aflevering van de partij stookolie aan boord van de [naam zeeschip] ’ zijn geen documenten opgemaakt op papier van V Marine of waarin naar V Marine wordt verwezen.
3.8.
Bij e-mail van 6 november 2014 […] heeft V Marine aan Zodiac medegedeeld dat de OW Bunker Group in financieel zwaar weer verkeerde en nalatig was met de betaling van de koopprijs aan V Marine. Met een beroep op de NOVE-voorwaarden heeft V Marine daarbij medegedeeld dat zij een eigendomsvoorbehoud op de partij stookolie had en dat het “the shipowner of the m/v Forest Park nor any manager or charterer engaged in the use of the vessel” niet was toegestaan om de partij stookolie te gebruiken. Voorts heeft V Marine in die e-mail verzocht om de koopprijs van US$ 272.862,74 aan haar te betalen. Verder heeft V Marine in die e-mail aangekondigd “Failure to pay for the fuels supplied will lead to legal action against the m/v Forest Park in order to secure our position”.
3.9.
Bij brief van 7 november 2014 […] verzocht ING Bank N.V. (hierna: ING) mede namens andere financiers aan Zodiac om betaling van de met OWB NL overeengekomen koopprijs (en van andere met OWB NL of andere onderdelen van de OW Bunker Group overeengekomen koopprijzen), op de grond dat de OW Bunker Group “had assigned by way of security to [ ING] all its rights in respect of a supply contract with you”.
3.10.
Bij e-mail van 7 november 2014 […] reageerde The North of England P&I Association Ltd. (hierna: NEPIA) namens eiseressen op de e-mail van V Marine van 6 november 2014. In die e-mail deelde NEPIA onder meer mede dat Zodiac of Dexhon de partij stookolie niet van V Marine (maar van OWB NL) had gekocht en dat daarom de koopprijs niet aan V Marine betaalbaar is. NEPIA verzocht aan V Marine om inlichtingen over dier verhouding met OWB NL. Voorts maakte NEPIA bezwaar tegen de aangekondigde actie jegens de [naam zeeschip] ’ en verzocht zij om de bevestiging dat V Marine daarvan voorlopig zou afzien.
3.11.
Bij schrijven van 14 november 2014 […] deelde OWB NL aan Zodiac mede dat zij voortaan een ander rekeningnummer diende te gebruiken dan was vermeld op de factuur voor de partij stookolie.
3.12.
Op 7 november 2014 is OW Bunker Trading A/S, de moedermaatschappij van de OW Bunker Group, door het gerecht in Aalborg, Denemarken, in staat van faillissement verklaard.
Op 17 november 2014 is door deze rechtbank aan OWB NL voorlopige surseance van betaling verleend. Bij vonnis van 21 november 2014 is OWB NL in staat van faillissement verklaard.
3.13.
Geen reactie van V Marine ontvangen hebbende, schreef NEPIA op 20 november 2014 […] een e-mail aan V Marine waarin zij wederom bezwaar maakte tegen enige actie jegens de [naam zeeschip] ’ en onder meer mededeelde dat V Marine, indien zij toch actie jegens het schip zou ondernemen, ook de e-mailberichten van 7 en 20 november 2014 aan het betreffende gerecht zou moeten voorleggen.
3.14.
Op of omstreeks 13 januari 2015 liet V Marine, na daartoe verzocht en verkregen verlof van het gerecht te Casablanca, Marokko, conservatoir beslag leggen op de [naam zeeschip] ’ tot zekerheid voor het verhaal van haar vordering ter zake van de levering van de partij stookolie. V Marine heeft de e-mailberichten van NEPIA van 7 en 20 november 2014 niet aan het gerecht in Casablanca voorgelegd. Het beslag is gelegd in Safi, Marokko, waar het schip toen lag afgemeerd […]. Het beslag is op 16 januari 2015 opgeheven nadat eiseressen een bedrag van MAD 2.508.290,74 (of MAD 2.563.439,74 zoals vermeld in de brief van [naam] ; […]) bij het gerecht of in een lokaal equivalent van de consignatiekas hadden gestort.
[…]
3.16.
Op 28 april 2015 liet ING, na daartoe verzocht en verkregen verlof van deze rechtbank, conservatoir beslag leggen op de [naam zeeschip] ’ in Rotterdam tot zekerheid voor de betaling van de tussen Zodiac of Dexhon met OWB NL overeengekomen koopprijs voor de partij stookolie, vermeerderd met rente en kosten […]. Het beslag is op 29 april 2015 opgeheven nadat NEPIA een garantie had gesteld op basis van het Rotterdams Garantieformulier […].
3.17.
ING en OWB NL hebben in arbitrage in Londen, Verenigd Koninkrijk, de vordering tot betaling van de koopprijs tegen Zodiac aanhangig gemaakt […]. Eiseressen hebben niet aan ING of OWB NL voorgesteld om V Marine in de arbitrage te (doen) voegen. Omstreeks 17 oktober 2016 is tussen ING en de curatoren in het faillissement van OWB NL enerzijds en eiseressen anderzijds een schikking getroffen in het kader waarvan Zodiac US$ 397.000,00 heeft betaald […].’
2.3.
Voor zover in het bovenstaande citaat gedefinieerde begrippen of partijen voorkomen (zoals OWB NL), worden deze ook in dit vonnis gebezigd en in dezelfde betekenis als in het vonnis van 2 augustus 2017.
3. Het geschil
in conventie
3.1.
V Marine vordert veroordeling van Zodiac c.s. tot betaling van USD 272.862,74, vermeerderd met rente en kosten.
3.1.1.
V Marine legt hieraan ten grondslag dat Zodiac c.s. door hun handelen ongerechtvaardigd verrijkt zijn ten koste van V Marine, subsidiair dat Zodiac c.s. onrechtmatig hebben gehandeld jegens V Marine.
3.2.
Zodiac c.s. voeren verweer, dat strekt tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling (bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad) van V Marine in de kosten van het geding.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
in reconventie
3.4.
Zodiac c.s. vorderen – voorwaardelijk – dat de rechtbank voor recht zal verklaren dat V Marine aansprakelijk is voor schade die Zodiac en/of Dexhon hebben geleden en eventueel nog zullen lijden als gevolg van het gelegde beslag en V Marine, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, zal veroordelen aan Zodiac c.s. die schade te vergoeden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met veroordeling van V Marine in de kosten.
3.4.1.
De voorwaarde voor de reconventionele eis is dat in het aanhangige hoger beroep of in conventie in deze zaak wordt vastgesteld dat V Marine geen vordering heeft (gehad) op Zodiac c.s.
3.4.2.
Zodiac c.s. leggen aan hun vorderingen ten grondslag dat V Marine onrechtmatig heeft gehandeld door de beslaglegging.
3.5.
V Marine voert verweer, dat – mede blijkens de toelichting ter comparitie van partijen – strekt tot onbevoegdverklaring van de rechtbank, dan wel afwijzing van de vordering en veroordeling, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, van Zodiac c.s. in de kosten van het geding.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
in conventie
bevoegdheid rechtbank en toepasselijk recht
4.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat de rechtbank bevoegd is van de vordering kennis te nemen. De rechtbank grondt haar bevoegdheid in elk geval op artikel 26 van Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, nu Zodiac c.s. zijn verschenen en deze verschijning niet ten doel heeft de (internationale) bevoegdheid van de rechtbank te betwisten.
4.2.
Tussen partijen is niet in geschil dat de rechtbank Nederlands recht moet toepassen op de vordering in conventie. De rechtbank deelt dit standpunt van partijen en beschouwt de stellingen van partijen in de onderdelen 20 tot en met 22 van de dagvaarding en onderdeel 2 van de conclusie van antwoord in elk geval als een gezamenlijke rechtskeuze als bedoeld in artikel 14 van Verordening (EU) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen („Rome II”).
de posities van Zodiac en Dexhon
4.3.
Geen van partijen heeft onderscheid gemaakt tussen de posities van Zodiac en Dexhon. Sterker: Zodiac en Dexhon hebben in hun eigen processtukken zichzelf telkens gezamenlijk aangeduid als ‘de reder’. Bovendien hebben zij ter comparitie van partijen bevestigd dat hun posities in conventie gelijk zijn. De rechtbank gaat dan ook van die feitelijke omstandigheid, als vaststaand tussen partijen, uit.
onrechtmatige daad
4.4.
Niet betwist is dat V Marine eigenaar was van de stookolie voorafgaand aan het afleveren daarvan aan de Forest Park, zodat de rechtbank hiervan uitgaat.
4.5.
V Marine heeft zich de eigendom van de stookolie voorbehouden zo lang er niet was betaald door haar klant, OWB NL. In de algemene voorwaarden die tussen V Marine en OWB NL gelden is een verbod tot doorverkoop en doorlevering opgenomen.
4.5.1.
Omdat vaststaat dat V Marine, op instigatie van OWB NL, niet bij OWB NL heeft afgeleverd, maar rechtstreeks heeft afgeleverd aan de Forest Park, heeft zij zelf het verbod tot doorverkoop en doorlevering tot een dode letter gemaakt. Dat maakt echter niet, dat zij daarmee haar eigendomsvoorbehoud en daarmee haar eigendom óók heeft opgegeven.
4.5.2.
Zodiac c.s. zijn na aflevering houder geworden van de stookolie, geen bezitter. Zij wisten namelijk dat de eigendom niet kon zijn overgegaan op Zodiac c.s., simpelweg omdat in de verhouding tussen OWB NL en Zodiac c.s. een eigendomsvoorbehoud was gemaakt en Zodiac c.s. de rekening nog niet hadden betaald.
4.6.
Tot aan 6 november 2014 is er geen sprake van onrechtmatig handelen van Zodiac c.s. In die periode mochten Zodiac c.s. ervan uitgaan dat zij toestemming hadden de stookolie te verbruiken.
4.7.
Op 6 november 2014 heeft V Marine zich gemeld als eigenaar van de stookolie. Daarop zijn Zodiac c.s. niettemin doorgegaan met het verbruik van stookolie. De rechtbank constateert dat Zodiac c.s. zich in elk geval niet zelf eigenaar mochten wanen, omdat zij zelf de koopprijs niet aan OWB NL had voldaan. Zodiac c.s. hadden na het bericht van 6 november 2014 gegronde redenen om te twijfelen aan de toestemming die zij van OWB NL had gekregen. Door onder die omstandigheden door de te gaan met het verbruik van de stookolie, zonder daarvoor een vergoeding te betalen aan de eigenaar van de stookolie, hebben Zodiac c.s. onrechtmatig gehandeld.
4.8.
Voor zover Zodiac c.s. – met het betoog dat de Forest Park midden op zee niet ineens voortstuwingsloos kon blijven voortdobberen – een beroep hebben willen doen op overmacht, wordt dit beroep verworpen. Zodiac c.s. hebben immers zichzelf in deze positie gemanoeuvreerd door de koopprijs voor de stookolie niet tijdig aan OWB NL te voldoen. Dat had namelijk uiterlijk 5 november 2014 moeten zijn gebeurd (rechtsoverweging 3.6 van het vonnis van 2 augustus 2017), nog voordat V Marine zich meldde. Zou Zodiac toen de koopprijs al hebben voldaan, dan was de eigendomsoverdracht voltooid. Immers, nu niet gesteld of gebleken is dat voorafgaand aan 6 november 2014 Zodiac c.s. hoefden te twijfelen aan de eigendom van OWB NL, werd een gebrek aan die overdracht in dat geval zonder meer geheeld.
4.9.
De rechtbank begroot de schade op de waarde van de na 6 november 2014 verstookte olie. Deze begroting kan niet anders dan schattenderwijs plaatsvinden, omdat er geen nauwkeurige gegevens beschikbaar zijn en – naar tussen partijen niet in geschil is – ook niet meer beschikbaar zullen komen. Afgaande op de door Zodiac c.s. aangeleverde gegevens, schat de rechtbank dat ongeveer 5/9 van de stookolie is verbruikt na 6 november 2014 ( (563 – 250) ÷ 563, afgerond). Dat levert een schadebedrag op van (afgerond) USD 150.000,00. Dit zullen Zodiac c.s. moeten voldoen.
4.10.
Wettelijke rente is verschuldigd vanaf 6 november 2014, de dag waarop het onrechtmatig handelen van Zodiac c.s. aanving.
Ongerechtvaardigde verrijking
4.11.
Bij behandeling van deze grondslag bestaat geen belang, omdat toewijzing op deze grondslag in elk geval niet kan leiden tot een hogere veroordeling dan op grond van onrechtmatige daad.
Proceskosten
4.12.
Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden Zodiac c.s. veroordeeld in de kosten van het geding. De kosten aan de zijde van V Marine worden begroot op:
- dagvaarding € 324,00
- betaald griffierecht € 639,00
- salaris advocaat € 3.414,00 (2 punten × tarief € 1.707,00)
Totaal € 4.377,00
in reconventie
4.13.
Er is niet voldaan aan de voorwaarde voor het instellen van de reconventionele vordering, zodat de rechtbank niet toekomt aan de beoordeling daarvan. Dit is aanleiding om Zodiac c.s. te veroordelen in de kosten van het geding in reconventie. Vanwege de verwevenheid met de conventie wordt een factor 0,5 toegepast. De kosten aan de zijde van V Marine worden begroot op:
- salaris advocaat € 271,50 (1 punt × tarief € 543,00 × factor 0,5)
Totaal € 271,50
voorts in conventie en in reconventie
4.14.
Zowel in conventie als in reconventie zullen de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard; Zodiac c.s. hebben hier ook geen verweer tegen gevoerd. Tegen de gevraagde hoofdelijkheid van de veroordeling in conventie is geen verweer gevoerd. In reconventie is geen hoofdelijke veroordeling verzocht.
5. De beslissing
De rechtbank
in conventie
5.1.
veroordeelt Zodiac c.s. hoofdelijk om aan V Marine te betalen een bedrag van USD 150.000,00 (honderdvijftigduizend Amerikaanse dollar);
5.2.
veroordeelt Zodiac c.s. hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van V Marine tot op heden begroot op € 4.377,00;
5.3.
verklaart onderdelen 5.1 en 5.2 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af;
in reconventie
5.5.
veroordeelt Zodiac c.s. in de proceskosten, aan de zijde van V Marine tot op heden begroot op € 271,50;
5.6.
verklaart onderdeel 5.5 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr.drs. J. van den Bos en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2020.
1407/1928