Financiële controle in het gemeenterecht
Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/4.5.3.0:4.5.3.0 Introductie
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/4.5.3.0
4.5.3.0 Introductie
Documentgegevens:
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Omdat de Wta voor een belangrijk gedeelte is opgehangen aan controlerende accountants die werkzaam zijn bij accountantsorganisaties, kan zij niet onverkort gelden voor accountants die in gemeentelijke dienst belast zijn met de wettelijke controle van de gemeentelijke jaarrekening. Hierdoor is de vergunning-plicht uit art. 5 Wta niet van toepassing op deze gemeentelijke accountants. Dat ligt ook niet voor de hand. Als de gemeente of de gemeentelijke accountant al in aanmerking zou komen voor een vergunning, zou een te gecompliceerde situatie ontstaan bij verlies van deze vergunning. Via een door de Wta ingevoerd lid 8 van art. 213 Gemeentewet is een aantal Wta-voorschriften overigens wel van toepassing verklaard op de gemeentelijke accountantsdiensten. Het betreft vooral de eisen van onafhankelijkheid en kwaliteitsbeheersing die de afdelingen 3.1 en 3.2 Wta aan de accountantsorganisaties respectievelijk de controlerende accountants stellen.1
Een nieuw lid 9 van art. 213 Gemeentewet bepaalt verder dat ingeval gemeenten worden aangewezen als organisaties van openbaar belang, ook de hierboven besproken artikelen 22 tot en met 24 Wta van overeenkomstige toepassing zullen zijn. Deze laatste toevoeging, die stamt uit de eerste Nota van Wijziging bij de Wta,2 zou ervoor zorgen dat gemeentelijke accountantsdiensten een intern roulatiesysteem zouden moeten hanteren (art. 24) en dat gemeentelijke accountantsdiensten niet betrokken zouden mogen worden in de voorbereiding van de jaarverslaggeving of het verzorgen van de fmanciële administratie (art. 23). Verder zouden ook de verzwaarde eisen van kwaliteitsbeheersing uit art. 22 Wta op de gemeentelijke accountantsdiensten van toepassing zijn.
Het belangrijkste probleem van de toepasselijkheid van de Wet toezicht accountantsorganisaties op gemeentelijke accountantsdiensten — ongeacht eventuele aanwijzing als organisatie van openbaar belang — is het toezicht. De toezichthoudende rol van de AFM sluit niet aan bij de reguliere toezichtsmechanismen die op gemeenten van toepassing zijn, waarin vooral voor provincies en de Kroon een belangrijke rol is weggelegd. De wetgever heeft zich dat gerealiseerd en heeft het toezicht op de gemeentelijke accountantsdiensten die zijn belast met de wettelijke jaarrekeningencontrole, via een nieuw art. 184a Gemeentewet, neergelegd bij de gemeentelijke rekenkamers. In hoofdstuk 7 zal hierop verder worden ingegaan.