Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/2.3.5:2.3.5 Bewijsrecht binnen het nationale procesrecht
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/2.3.5
2.3.5 Bewijsrecht binnen het nationale procesrecht
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940656:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie daarover nader HR 21 januari 2022, V-N 2022/6.14, r.o. 3.1-3.2 en HR 9 oktober 1996, BNB 1997/6, r.o. 3.4. Zie voorts de noot van De Bont bij HR 28 maart 2014, BNB 2014/194.
Hierbij is van belang dat zowel het HvJ EU als het EHRM kwesties van bewijsrecht primair als aangelegenheid van nationaal procesrecht aanmerken (zie paragraaf 7.3.1 en paragraaf 9.4.14.4).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit onderzoek behandel ik het bewijsrecht zoals dat geldt of kan worden getoetst in een procedure voor de belastingrechter die gaat over de (hoogte van de) fiscale bestuurlijke boete. Dat wil zeggen dat het gaat over het bewijs in zaken waarop het procesrecht van de AWR en de Awb van toepassing is. Het bewijsrecht in civiele zaken waarbij de inspecteur of de ontvanger de eiser of de gedaagde is, valt buiten het bestek van dit onderzoek. In het verlengde daarvan blijft de fase van de tenuitvoerlegging van de boete (de invordering) buiten beschouwing.1
Verder heb ik mij beperkt tot het bewijsrecht zoals dat binnen de Nederlandse rechtsgang heeft te gelden. Dat betekent dat ik wél aandacht besteed aan het bewijsrecht in de procedure voor de feitenrechters en in de cassatieprocedure bij de Hoge Raad, maar niet aan de bijzonderheden van het bewijsrecht die specifiek gelden binnen de procedure voor het EHRM of voor het HvJ EU.2