Einde inhoudsopgave
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/2.1
2.1 Inleiding
Dr. H.M. Roose, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
Dr. H.M. Roose
- JCDI
JCDI:ADS442298:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Isaac Jan Alexander Gogel. Geboren op 10 december 1765 te Vught en overleden op 13 juni 1821 te Overveen.
Postma beschouwt Gogel zelfs als de grondlegger van de Nederlandse Staat; zie Postma, 2017.
Jean Henri Appelius. Geboren op 30 april 1767 te Middelburg en overleden op 12 april 1828 te ’s-Gravenhage.
Anders dan bijvoorbeeld Postma marken Adriani en Van Hoorn de invoering van dit belastingstelsel als het begin van een centraal geregeld belastingheffing in Nederland. Ze zien de daaraan voorafgaande periode als een periode die zich vooral kenmerkte door een streven naar eenheid. Zie: Adriani & Van Hoorn, 1954, p. 361.
Om een antwoord te vinden op de vraag hoe een keuze wordt gemaakt tussen de heffingsmethoden, is het van belang om eerst scherp te krijgen waarom er eigenlijk verschillende methoden bestaan. Dit vraagt om een rechtshistorisch deelonderzoek waarin aan de hand van parlementaire stukken en literatuur wordt nagegaan hoe de heffingsmethoden zijn ontstaan. Ik ga daarvoor in paragraaf 2.2 terug naar het begin van de 19e eeuw, toen het eerste uniforme belastingstelsel van Nederland werd ingevoerd waarvan Gogel1 de grondlegger was. Het is uiteraard mogelijk om nog verder terug te gaan in de tijd, maar ik neem belastingstelsel als vertrekpunt omdat het vrij algemeen wordt aangemerkt als het begin van een centraal gereguleerde belastingheffing in Nederland.2 Daarvoor kende namelijk elk gewest zijn eigen belastingen en bijbehorende technieken. Kenmerkend voor het belastingstelsel van Gogel is, is dat er verschillende belastingwetten (ordonnanties) waren. Door het ontbreken van wat in de wandelgangen ook wel een kapstokwet wordt genoemd, zoals de huidige AWR, kende elke belasting in feite haar eigen wijze van heffing en inning. Naast de invoering van het belastingstelsel werd er één landelijk uitvoeringsapparaat ingesteld: de Belastingdienst. Het stelsel van Gogel werd enige tijd later vervangen door de Stelselwet 1821 van Appelius.3, 4 Deze stelselwet behandel ik in paragraaf 2.3. Dit rechtshistorisch onderzoek eindigt in 1959 toen de AWR werd ingevoerd met daarin de heffingsmethoden zoals we die thans kennen (paragraaf 2.4). In paragraaf 2.5 volgt een analyse en ik sluit in paragraaf 2.6 af met een conclusie.