Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/II.C.4.2.1
II.C.4.2.1 De 'envelop in de gestolen kluis', Hof Den Bosch 31 januari 2006, LJN AW2564
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS408233:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
A.A.VAN VELTEN, Boekbespreking,WPNR (2007) 6708, p. 374 wees er recentelijk nog op dat düal ownership niet is toegestaan (art. 3:84 lid 3 BW), maar dat dit begrip toch door de wetgever kan worden geïntroduceerd, zoals onder meer bij de invoering van de kwaliteitsrekening.
Zie in deze richting ook E.C.M.WOLFERT,Van Slis-Stroom (1984) tot Coöperatie Beatrix-ziekenhuis/Procall (2003); het einde van een tijdperk,WPNR (2003) 6541, p. 559-563, die zich in noot 15 afvraagt waarom de Cooperatie geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheidvan art. 7:420 lid 1 BW.
Het noemen door Schoordijk van de notariele kwaliteitsrekening, de privatieve last en het bewindin een adem, 'verplichtte' mij de vraag te stellen in hoeverre de executeur een kwaliteitsrekening van 'vlees en bloed' is oftewel de door een executeur q.q. beheerde rekening bij een bank een soort van kwaliteitsrekening is.1 Als de notaris een kwaliteitsrekening aanhoudt, houdt de erfrechtelijke functionaris executeur dan niet ook een kwaliteitsrekening aan? Voor mij gaf de doorslag in deze het in de inleiding genoemde arrest van Hof Den Bosch van 31 januari 2006, LJN: AW2564, waarin het hofde executeur voorschreef:
'Wat er ook moge zijn van de gegrondheid van de reden om het geld op te nemen, naar het oordeel van het Hof is deze grondontoereikendom het bewaren van geld in de kluis thuis te rechtvaardigen. Niet valt in te zien dat dit geld niet gestort hadkunnen worden op een nieüw te openen bankrekening ten name van zijn schoonmoeder (lees: de overledene) of op een eigen bankrekening. Terzijde merkt het Hof op dat de stelling van [appellant] dat het geld niet zonder de instemming van alle erfgenamen van de rekening van de erven voldaan kon(den) worden, dus niet ter zake doende is maar tevens afstuit op zijn benoeming tot executeur met bezit.' (Curs. BS)
De zorgplicht brengt met zich dat de executeur de door hem beheerde gelden in beginsel op een 'ervenrekening' stort. Blijkbaar krijgt hij van het Hof ook de ruimte om, zo stel ik mij voor, relatief kleine bedragen, zoals in casu € 6.000 euro op zijn eigen bankrekening te storten. In een envelop in een kluis thuis leggen of in de 'eigen portemonnee' bewaren is blijkbaar een stap te ver. Ik neem als uitgangspunt dat de executeur een nieuwe bankrekening opent en dit doet in de hoedanigheid van executeur, derhalve met vermelding van de titel van executeur inzake de afwikkeling van de nalatenschap van 'erflater'. De namen van de erfgenamen kunnen in die fase vanzelfsprekend nog onbekendzijn.
Wat is de status van deze door de executeur beheerde bankrekening? Uit art. 4:145 BW volgt in ieder geval dat de erfgenamen niet bevoegd zijn gelden van de rekening op te nemen of op welke wijze dan ook over het saldo te beschikken. Op grondvan art. 4:144, art. 4:145 lid 2 en art. 3:170 BW heeft de executeur het exclusieve beheer over de bankrekening. In zoverre is de verwantschap met een notariele kwaliteitsrekening een feit.
De hamvraag. Stel de executeur gaat failliet. Aan wie komt het saldo van de betreffende bankrekening toe? Door het faillissement van de executeur eindigt op grond van art. 4:149 BW letter c zijn taak.Vervolgens leert art. 4:149 lid 4 BW dat de curator namens de gewezen executeur verplicht blijft te doen wat niet zonder nadeel voor de afwikkeling van de nalatenschap kan worden uitgesteld. De gelden vallen niet in het faillissement van de executeur, doch komen de erfgenamen toe. De executeur was 'slechts' beheerder van de rekening en vertegenwoordiger van de erfgenamen. Ook al stond de rekening niet met zoveel woorden ten name van de geïndividualiseerde erfgenaam. Dit volgt uit het gebruik van de term executeur. Wordt de naam executeur niet met zoveel woorden vermeld of worden de gelden op een eigen rekening van de executeur gestort, dan kan op grond van de aard van executele, te weten quasi-lastgeving via de schakelbepaling van art. 7:424 BW het bepaalde in de art. 7:420 BW nog een rol spelen.2