Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/404
404 Wat is een garantie?
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:ADS247170:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Asser/Hartkamp 4-II 2005, nr. 387-389. Van Emden beschouwt het zich garant stellen als een eenzijdige rechtshandeling; zie Van Emden 2005, p. 6-7.
Van Emden bespreekt de mogelijkheid tot verpanding van het recht om onder een garantie te claimen; zie Van Emden 2005, p. 42-43. Bertrams 2004, nr. 12-74, gaat zeer summier in op de vraag of rechten uit een bankgarantie kunnen worden verpand. De door mij gestelde vragen bespreekt hij voor het overige wel voor cessie, maar niet voor verpanding van de rechten uit een bankgarantie.
Een derde kan zich voor de nakoming van de verbintenis van een schuldenaar sterk maken door een zelfstandige verplichting jegens de crediteur van de vordering op die schuldenaar op zich te nemen. Het prototype van zo een verbintenis (de garantie) ontstaat uit een verklaring van de derde (de garant) dat hij een verbintenis op zich neemt, meestal tot betaling van een geldsom, onder een of meer opschortende voorwaarden, zoals de voorwaarde dat de crediteur van de gegarandeerde vordering verklaart dat de schuldenaar iets niet doet of nalaat waartoe hij zich heeft verbonden. Door (stilzwijgende) aanvaarding van het in die verklaring vervatte aanbod van de garant door de schuldeiser komt de verbintenis tussen de garant en de schuldeiser tot stand.1
405. Plan van behandeling.
Literatuur en jurisprudentie over garanties heeft veelal uitsluitend bankgaranties als onderwerp. Met garanties verband houdende vragen omtrent cessie en pand lijken ook in de praktijk vooral met betrekking tot bankgaranties te rijzen. Om die redenen worden de hierna gestelde vragen in beginsel uitsluitend voor bankgaranties behandeld, hetgeen niet betekent dat de antwoorden voor andere garanties van het bovenomschreven prototype niet van belang zouden kunnen zijn.
Bankgaranties roepen in verband met pandrecht de volgende vragen op.
Is de inningsbevoegde houder van een pandrecht op een vordering waarvoor een garantie is gesteld, bevoegd de geldvordering uit de garantie te innen nadat deze vordering onvoorwaardelijk is geworden doordat rechtsgeldig ‘onder de garantie is geclaimd’?
Kan de geldvordering uit de garantie worden verpand?
Is de inningsbevoegde houder van een pandrecht op een vordering waarvoor een garantie is gesteld, casu quo de houder van een pandrecht op de geldvordering uit de garantie, bevoegd om de aan de geldvordering uit de garantie verbonden voorwaarde(n) in vervulling te doen gaan door ‘onder de garantie te claimen’?
In de literatuur worden deze vragen nauwelijks gesteld.2 Jurisprudentie over deze vragen is mij niet bekend. Dezelfde vragen zijn in de literatuur uitgebreider aan de orde gekomen met betrekking tot cessie. Ook is er jurisprudentie over cessie van door een bankgarantie gegarandeerde vorderingen en van vorderingen uit een bankgarantie. Om die reden zullen deze vragen eerst worden onderzocht met betrekking tot de cessie van een gegarandeerde vordering casu quo van de vordering uit een bankgarantie.