Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/8.7.4
8.7.4 De heffing van erfbelasting over uitkeringen van de stichting
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232410:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Jozef Ruysseveldt in: Christoph Castelein, Alain-Laurent Verbeke & Luc Weyts (red.), Leuvense Notariële Geschriften: Notariële actualiteit 2008-2009, nr. 24.De Vlaamse versie van deze bepaling luidt in artikel 2.7.1.0.6 § 1 lid 1 VCF: ‘De sommen, renten of waarden die kosteloos aan een persoon kunnen toekomen bij het overlijden van de erflater, ingevolge een contract dat een door de erflater of door een derde in het voordeel van die persoon gemaakt beding bevat, worden geacht als legaat te zijn verkregen door die persoon.’
Van Boven 2011, nr. 646.
Ook in België is niet elke uitkering door een stichting verboden, zodat de vraag op komt of dergelijke uitkeringen worden getroffen met belastingheffing. Als deze vraag wordt gesteld blijkt dat het antwoord niet eenvoudig is te geven.
Het Wetboek der successierechten kent in artikel 8 lid 1 een fictiebepaling die in België tot discussies aanleiding geeft.1 De tekst luidt:
‘Worden geacht als legaat te zijn verkregen, de sommen, renten of waarden die een persoon geroepen is kosteloos te ontvangen, bij het overlijden van de overledene, ingevolge een contract bevattende een door de overledene of door een derde ten behoeve van de verkrijger gemaakt beding.’
De discussie handelt over de vraag of een uitkering gedaan door een stichting onder deze bepaling valt. Als dat het geval is, wordt de uitkering belast met erfbelasting, als dat niet het geval is, is de uitkering belastingvrij. De meerderheid van de schrijvers is van mening dat artikel 8 Wetboek der successierechten niet van toepassing is op discretionaire stichtingen. Dit zijn stichtingen waarbij het bestuur binnen het doel van de stichting discretionaire bevoegdheid heeft tot het doen van uitkeringen. Bij niet- discretionaire stichtingen zijn de meningen verdeeld.2