Einde inhoudsopgave
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/12.2.1
12.2.1 Uitstralingseffecten 25%-tarief
E.J.W. Heithuis, datum 01-12-1999
- Datum
01-12-1999
- Auteur
E.J.W. Heithuis
- JCDI
JCDI:ADS457766:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Voetnoten
Voetnoten
(Eerste) nota van wijziging Tweede Kamer, Kamerstuknr. 24 761, nr. 8.
Het enige verschil met betrekking tot de tot 1 januari 1997 geldende successiefaciliteit betreft de toevoeging van in genoemde artikelonderdeel de woorden 'en vervreemdingsvoordelen', welke toevoeging noodzakelijk was omdat in de nieuwe aanmerkelijkbelangregeling met betrekking tot het toepasselijke tarief geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen de reguliere voordelen en de vervreemdingsvoordelen van aanmerkelijkbelangaandelen.
Memorie van toelichting Tweede Kamer, Kamerstuknr. 19 779. nr. 3, blz. 1.
Gelet op het feit dat de fiscale herkapitalisatiefaciliteit niet langer openstaat voor aanmerkelijkbelanghouders vanwege de verwijzing in art. 58, eerste lid, Wet IB naar het begrip 'zuivere inkomsten als bedoeld in artikel 29, eerste lid', meen ik dat de beperking van de fiscale herkapitalisatiefaciliteit tot de ter beurze genoteerde vennootschappen, onnodig was. Voldoende was dat aanmerkelijkbelanghouders niet langer gebruik konden maken van de fiscale herkapitalisatiefaciliteit en dit doe) werd reeds bereikt door de verwijzing naar de zuivere inkomsten als bedoeld in art. 29, eerste lid. Wet IB. De extra beperking tot de ter beurze genoteerde vennootschappen is mijns inziens overbodig.
Vanwege het uniforme tarief van 25%o voor alle voordelen uit aanmerkelijkbelangaandelen, kon, zo was de gedachte, een aantal bijzondere (tariefs)facilitei-ten verdwijnen. Oorspronkelijk voorzag het voorstel voor de nieuwe aanmerkelijkbelangregeling dan ook in het laten vervallen van drie bijzondere (tariefs)faciliteiten, t.w.:
het 20%o-tarief voor krachtens erfrecht opgekomen niet ter beurze genoteerde aandelen (art. 57a, eerste lid, onderdeel c (oud), Wet IB);
de herkapitalisatiefaciliteit (art. 58 (oud) Wet IB);
het bijzondere fiscale regime van de fiscale beleggingsinstelling ex art. 28 Wet Vpb. voor niet ter beurze genoteerde beleggingsinstellingen.
Onder druk van de Tweede Kamer zijn beide eerstgenoemde tariefsfaciliteiten alsmede de voorgenomen afschaffing van het bijzondere regime van de fiscale beleggingsinstelling ex art. 28 Wet Vpb. voor niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen bij eerste nota van wijziging weer teruggenomen.1 Dit betekent dat de 20%-tariefsfaciliteit voor krachtens erfrecht opgekomen niet ter beurze genoteerde aandelen - de zgn. successiedividenden - in het nieuwe art. 57b, eerste lid, onderdeel c, Wet IB alsmede de herkapitalisatiefaciliteit in art. 58 Wet IB volledig zijn gehandhaafd. Ingevolge art. 57b, eerste lid, onderdeel c, laatste volzin, Wet IB is de successiefaciliteit van overeenkomstige toepassing met betrekking tot reguliere voordelen en vervreemdingsvoordelen ter zake van de krachtens erfrecht opgekomen niet ter beurze genoteerde aandelen.'2 Dit betekent dat ook aanmerkelijkbelanghouders gebruik kunnen maken van deze tariefsfaciliteit voor successiedividenden. De herkapitalisatiefaciliteit daarentegen is meer toegesneden op de situatie waarvoor hij oorspronkelijk was bedoeld, t.w. beursvennootschappen via een fiscaal gefacilieerde herkapitalisatie makkeiijker toegang te laten verkrijgen tot de kapitaalmarkt.3 Met ingang van 1 januari 1997 is de fiscale herkapitalisatiefaciliteit dan ook beperkt tot de ter beurze genoteerde vennootschappen, hetgeen wetstechnisch heeft plaats gevonden door een verwijzing naar de prijscourant van de Nederlandse effectenbeurs (art. 58, vierde lid, onderdeel d, Wet IB). Aanmerkelijkbelanghouders kunnen voortaan dus geen gebruik (meer) maken van de herkapitalisatiefaciliteit, aangezien de door de vennootschap uitgereikte winstbonusaandelen alsmede het contante dividend ter grootte van een negende gedeelte van het nominale kapitaal van de uitgereikte aandelen bij hen niet worden belast als zuivere inkomsten als bedoeld in art. 29, eerste lid, Wet IB doch als winst uit aanmerkelijk belang als bedoeld in art. 20b, eerste lid, onderdeel a, Wet IB (reguliere voordelen).'4 Hieronder wordt in het volgende onderdeel nog afzonderlijk aandacht besteed aan het bijzondere regime van de fiscale beleggingsinstelling ex art. 28 Wet Vpb.