Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/2.2
2.2 Drie opvolgende onderzoeken
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS499489:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Onderzoek in het kader van doctoraalscriptie, getiteld ‘Conservatoir Beslag in Nederland. Een hatelijk middel ter bewaring van een recht?’, welke werd bekroond met de Molengraaff scriptie prijs 2007, publicatie onderzoeksresultaten in Meijsen-Tierates 2008, p. 165-170.
Meijsen & Jongbloed 2010a (Research Memorandum).
Zo maken maritaal beslag en strafrechtelijk beslag geen onderdeel uit van het eerste onderzoek en daarmee ook niet van opvolgende onderzoeken. Geschillen in verband hiermee hebben een andersoortige, specifieke dimensie en worden behandeld binnen andere dan de civiele sectoren.
Dit blijkt uit een analyse op de hoofdkenmerken ‘Procespartijen’ en ‘Aard van het beslag’, vergeleken tussen de samengestelde groep kleinere gerechten en overige gerechten in de deelbestanden ‘Opheffingskortgeding’ en ‘Vergelijkingsgroep’.
In dit boek zijn gegevens opgenomen die werden verzameld in het kader van drie afzonderlijke, opvolgende, onderzoeken: een onderzoek naar de beoordeling van beslagrekesten, waarvan een verslag is gepubliceerd in 2008 in het tijdschrift Praktisch Procederen,1 een onderzoek naar conservatoir beslag, dat werd uitgevoerd in opdracht van de Raad voor de rechtspraak, waarvan de resultaten in 2010 zijn gepubliceerd in een Research Memorandum2 en een onderzoek naar rechtersregelingen en de Beslagsyllabus, in het kader van de bewerking van het Research Memorandum met als resultante dit boek.
Gezien die volgtijdelijkheid is, voor zover dit mogelijk en nuttig was, in ieder opvolgend onderzoek aansluiting gezocht bij de structuur van voorafgaand(e) onderzoek(en).3 De gerechten die aan het eerste onderzoek medewerking verleenden, hebben dit ook voor het vervolg gedaan. Bij de oorspronkelijke keuze voor het onderzoek naar de beoordeling van beslagrekesten is gestreefd naar een landelijke spreiding en verschillende omvang van de gerechten. Meegewerkt hebben de rechtbanken Amsterdam, ’s-Gravenhage en Utrecht en drie kleinere rechtbanken Almelo, Leeuwarden en Maastricht. Om uit te sluiten dat door geringe aantallen zaken bij kleinere rechtbanken een vertekening in de resultaten zou kunnen ontstaan, is in het verslag van het onderzoek naar conservatoir beslag gekozen voor het samengevoegd presenteren van die gegevens. Deze samengestelde groep van kleinere gerechten heeft op hoofdkenmerken een vergelijkbaar beeld met de overige in het onderzoek betrokken gerechten. 4
Aan de Expert-Interviews inzake de Beslagsyllabus hebben rechters van de rechtbanken te Almelo, Amsterdam, Arnhem, Haarlem en Middelburg meegewerkt, alsmede de coördinerend raadadviseur, Directie Wetgeving van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
Het (aanvullend) onderzoek van databestanden en dossierstukken heeft plaatsgevonden bij rechtbank Amsterdam, met behulp van centrale bestanden (ODB) die op verzoek werden samengesteld en ter beschikking gesteld door de Raad van de rechtspraak, alsmede met de databestanden, beschikbaar uit het onderzoek naar conservatoir beslag.
De methoden van onderzoek en gegevensverzameling zijn steeds per onderdeel ontwikkeld en vastgesteld, nadat was onderzocht en gebleken dat geen vergelijkbare onderzoeken voorhanden waren om aansluiting bij te zoeken. Bij het ontwikkelen van de methodologie zijn voor de vraaggesprekken in het kader van de beoordeling van beslagrekesten de Raad voor de rechtspraak en een deskundige op rechtssociologisch gebied betrokken geweest. Voor het onderzoek naar conservatoir beslag heeft een Begeleidingscommissie, met daarin leden uit verschillende juridische disciplines, een belangrijke rol vervuld. Zowel de Raad voor de rechtspraak, als in voorkomende gevallen de sectorvoorzitters civiel van de meewerkende gerechten, en voor de Expert-Interviews het LOVCK, hebben toestemming verleend voor het gebruik van de onder hun beheer vallende gegevens en het benaderen van functionarissen binnen de betreffende organisatie onderdelen.
In dit boek zijn personen met wie ik in het kader van de diverse onderzoeken gesprekken heb gevoerd grotendeels anoniem opgevoerd. Dit heeft te maken met de ruimte die hiermee voor individuele respondenten is gecreëerd om in alle openheid, naast de door de organisatie waarbinnen men werkzaam is uitgedragen visie, ook een persoonlijke visie op beleid en werkwijzen te kunnen geven, zonder het risico daar in een later stadium binnen of buiten de organisatie op te worden aangesproken.