Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes
Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/10.3.1:10.3.1 Achtergrond
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/10.3.1
10.3.1 Achtergrond
Documentgegevens:
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS947757:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 4.5.2.
Kamerstukken II 2021/22, 35925-VII, nr. 172, p. 2.
Staatscommissie-Remkes 2018, p. 115, 117.
Kamerstukken II 2018/19, 34430, nr. 10, p. 7-10; Kamerstukken II 2019/20, 34430, nr. 16, p. 3-4.
Zie de bijlage bij Kamerstukken II 2021/22, 35925-VII, nr. 172.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De geschiedenis wijst uit dat pogingen om het kiesstelsel te herzien allesbehalve zeldzaam zijn. Steeds stonden zij in het teken van het grote nadeel dat het stelsel van evenredige vertegenwoordiging met zich brengt: de gebrekkige band tussen kiezer en gekozene.1 Ook de meest recente poging om het kiesstelsel te herzien, te weten de reanimatie van het voorstel van het Burgerforum Kiesstelsel uit 2006, heeft als doel om een nauwere band tussen kiezers en gekozenen te bewerkstelligen. Het voorstel kan als volgt worden samengevat. De kiezer krijgt de keuze om te stemmen op hetzij een specifieke kandidaat op een lijst, hetzij op de lijst zelf. Per lijst worden de persoonsstemmen en lijststemmen opgeteld om te bepalen hoe veel zetels een partij in totaal krijgt. Volgens het oorspronkelijke plan zouden vervolgens eerst de ‘lijstzetels’ verdeeld worden. Daarna zouden de ‘kandidaatzetels’ worden verdeeld onder de personen die niet reeds een lijstzetel bemachtigd hebben. Naar aanleiding van de – hieronder verder te bespreken – kritiek van de Raad van State op het voorstel gaf de minister van BZK in juli 2022 aan dat zij deze volgorde in het (op het moment van schrijven nog in te dienen) wetsvoorstel wilde wijzigen, zodat nu eerst de kandidaatzetels verdeeld moeten worden en daarna de lijstzetels.2 De nu geldende voorkeurdrempel komt daarbij te vervallen. Het doorbreken van de lijstvolgorde moet daarmee een stuk eenvoudiger worden. Verwacht wordt dat kandidaat-Kamerleden zich door de persoonsstem meer op de kiezer, en minder op hun partij gaan richten. Kandidaten maken zo een grotere kans om met een direct kiezersmandaat een zetel te behalen.
Het was de Staatscommissie parlementair stelsel (Staatscommissie-Remkes) die er in 2018 voor pleitte het voorstel weer van stal te halen, nadat het kabinet Balkenende-IV het voorstel in 2006 terzijde had geschoven. Dat kabinet signaleerde in reactie op het advies dat het Burgerforum de zwakke binding tussen kiezer en politieke partij met zijn voorstel als het ware wilde accepteren door nog minder invloed aan de zorgvuldig door de partij vastgestelde lijstvolgorde te laten toekomen, terwijl het kabinet zich er juist voor wilde inzetten de banden tussen kiezer en partij weer aan te halen.3 Ook dacht het kabinet dat de evenwichtige samenstelling van de Kamerfracties in gevaar zou kunnen komen, omdat de persoonsstem, waarbij geen voorkeurdrempel wordt gehanteerd, het doorbreken van de lijstvolgorde zou vergemakkelijken – daarover in de volgende paragraaf meer.4 In aanvulling daarop betwistte het kabinet dat een wijziging van het kiesstelsel de geschikte manier was om het door het Burgerforum geconstateerde gebrek aan vertrouwen in ‘de politiek’ te herstellen.5 Onder de streep leidden deze bezwaren ertoe dat het kabinet het voorstel niet overnam.
De Staatscommissie-Remkes, op zoek naar een mogelijkheid om de persoonlijke en regionale component bij de verkiezingen te versterken, zag in het voorstel van het Burgerforum Kiesstelsel daarvoor een geschikt middel. Het stelsel kent een groter gewicht toe aan kiezers die op kandidaten stemmen, bijvoorbeeld omdat zij een binding hebben met de regio waaruit kiezer en kandidaat afkomstig zijn.6 In reactie op het rapport van de staatscommissie liet het kabinet weten de herziening van het kiesstelsel te onderzoeken,7 een voornemen dat leidde tot het besluit om een wetsvoorstel ter invoering van het Burgerforum Kiesstelsel in te dienen. Het voorstel is in december 2020 en januari 2021 in internetconsultatie geweest, maar tot op heden – januari 2024 – niet ingediend. Wel verscheen in juni 2022 het advies van de Raad van State over het voorstel.8 De kritische toon van het advies verklaart wellicht waarom indiening vooralsnog uitblijft.