Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie
Einde inhoudsopgave
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie (SteR nr. 45) 2019/6.8:6.8 Conclusie
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie (SteR nr. 45) 2019/6.8
6.8 Conclusie
Documentgegevens:
S.A.L. van de Sande, datum 01-02-2019
- Datum
01-02-2019
- Auteur
S.A.L. van de Sande
- JCDI
JCDI:ADS502393:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het relativiteitsvereiste is niet alleen van toepassing indien aansprakelijkheid bestaat wegens de schending van een wettelijke norm, maar ook indien de overheid aansprakelijk is wegens het schenden van een ongeschreven rechtsregel door onjuiste informatie te verstrekken. De ongeschreven rechtsregel in kwestie luidt dat de overheid zich dient te onthouden van het geven van onjuiste feitelijke en rechtsoordelen die een ongerechtvaardigd vertrouwen wekken. Het doel van deze norm is te voorkomen dat de burger door de overheid op het verkeerde been wordt gezet. De strekking van deze norm is moeilijker te bepalen. Zij komt erop neer dat informatieverstrekking door de overheid een middel is, dat mede ertoe strekt om de burger in staat te stellen om goed geïnformeerde keuzes in het maatschappelijk verkeer te maken. De norm dat de overheid geen onjuiste informatie dient te verstrekken, beoogt te bewerkstelligen dat de burger over rechtszekerheid beschikt. Op basis van deze rechtszekerheid, dat wil zeggen, duidelijkheid over zijn rechten en plichten, zou de burger – in abstracto – in staat moeten zijn om richting te geven aan zijn maatschappelijke bestaan. Aan de hand van het doel en de strekking van de geschonden norm kan worden vastgesteld wat het beschermingsbereik van die norm is wat betreft personen (persoonlijke relativiteit), schade en wijze van ontstaan van schade (zakelijke en ontstaansrelativiteit). Aan het vereiste van persoonlijke relativiteit is slechts voldaan indien voor de informatie verstrekkende overheid kenbaar was dat de benadeelde kennis zou nemen van de verstrekte informatie en zijn gedrag daarop zou afstemmen. Personen wier concrete belang bij juiste informatie niet bekend was noch behoefde te zijn bij de overheid ten tijde van de informatieverstrekking, kunnen geen aanspraak maken op schadevergoeding. Aan de vereisten van zakelijke en ontstaansrelativiteit is slechts voldaan indien de schade voorzienbaar was in het licht van het doel waarvoor de informatie is (gevraagd en) verstrekt. Schade die is ontstaan doordat de verstrekte informatie is gebruikt voor een wezensvreemd doel, was niet te voorzien en komt dus niet voor vergoeding in aanmerking.