AB 2010, 161
Wav-boete. Evenredigheidsbeginsel. Hoogte bestuurlijke boete. Matiging. Avas. Ernst van de gedraging. Aard en ernst van de overtreding.
RvS 03-03-2010, ECLI:NL:RVS:2010:BL6243, m.nt. O.J.D.M.L. Jansen
- Instantie
Raad van State
- Datum
3 maart 2010
- Magistraten
Mrs. M.G.J. Parkins-de Vin, T.M.A. Claessens, A.W.M. Bijloos
- Zaaknummer
200904741/1/V6
- Noot
O.J.D.M.L. Jansen
- LJN
BL6243
- JCDI
JCDI:ADS874493:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Bijzondere onderwerpen
Arbeidsrecht / Arbeidsmarktbeleid en -bemiddeling
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Bijzonder strafrecht / Algemeen
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Materieel strafrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2010:BL6243, Uitspraak, Raad van State, 03‑03‑2010
- Wetingang
Essentie
Wav-boete. Evenredigheidsbeginsel. Hoogte bestuurlijke boete. Matiging. Avas. Ernst van de gedraging. Aard en ernst van de overtreding.
Samenvatting
Het betoog van de minister, dat de vennoot bij de werkzaamheden aanwezig was en de vreemdeling had kunnen beletten de werkzaamheden te verrichten, betreft de verwijtbaarheid van wederpartij. Dat de overtreding wederpartij valt te verwijten, laat onverlet dat, ook de aard en de ernst van de overtreding en de omstandigheden waaronder deze is gepleegd van belang zijn bij de beoordeling of de door de minister in het concrete geval opgelegde boete in overeenstemming is met het evenredigheidsbeginsel.
Uit het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.